Hallo Nederland! Tijd voor een verhaaltje uit het altijd mooie Californië! We beginnen inmiddels te wennen aan ons stekje in Riverside, ook al is het contrast met Hawaï af en toe best groot. We missen het Hawaïaanse klimaat nog steeds en de zee, de winkels, onze busabonnementen en gewoon de bereikbaarheid van alles op het eiland. Daar staat tegenover dat Californië echt supermooi is, het huis groot is, we een tuin hebben, het weer steeds beter lijkt te worden (vandaag was weer een echte 'korte broekendag') en hier nu al meer mensen hebben leren kennen dan in twee maanden op het lab op Hawaï. Toen we van het klamme tropische eilandje naar het gortdroge Riverside gingen, waar regen zeldzaam is en men zelfs de cactussen water geeft om nog iets van begroeiing in hun tuin over te houden, merkten we direct hoe we uitdroogden. De huid op onze handen en benen is nu al een week lang wit uitgeslagen, onze lippen zijn droog en gebarsten, we hebben dof haar, droge ogen en veel dorst. Misschien was de overgang van de tropen naar de woestijn iets te snel voor onze Hollandse lichamen. :)
Daar kwam dan nog bij dat we ook nog eens direct in een koudefront terecht kwamen. Was het de week voor we in LA arriveerden nog bijna 30 graden, wij werden op onze eerste ochtend wakker met een temperatuur die ons wel heel erg aan de Nederlandse winter deed denken. Ik kon die dagen aan niets anders denken dan het warme eiland dat we achtergelaten hadden en… pantoffels. Die ik dus maar snel gekocht heb.
Wat onze eerste week in Riverside niet bepaald prettiger maakte, was het gebrek aan warm water. Ik weet zeker dat er nog warm water was toen ik de woonkamer blank zette met mijn eerste douchepoging (daarover gesproken: het schijnt dat je een douchegordijn in de badkuip moet hangen in plaats van daarbuiten, als je het water in de kuip wilt houden… maar dan nog vind ik niet dat een plas water direct door het plafond naar de woonkamer moet lekken!), maar daarna leek het gewoonweg op te zijn. We kookten pannetjes water om mee af te kunnen wassen en douchten koud (en zo min mogelijk). De stap om de eigenaar van het huis een mailtje te sturen was blijkbaar te groot. Hij was min of meer voor niets langsgekomen toen ik de lekkage in de woonkamer had veroorzaakt en we hadden er sowieso weinig zin in dat hij weer op de stoep zou staan (het is dan wel zijn huis, maar wij wonen er), rond zou lopen op zoek naar het probleem en tot de conclusie zou komen dat hij er niets aan kon doen door zijn twee linkerhanden. Anyway, we dachten dat het iets heel simpels was en zijn zelf op zoek gegaan naar de oplossing. Aan de verwarmingsketel konden we niets zien, behalve een schermpje waar heel groot ‘CHANGE’ op stond. Change wat? dachten wij en zochten het huis af naar een eventuele boiler waar iets mis mee zou kunnen zijn. Geloof het of niet, maar we hebben een volle week koud water gehad tot Arisca uiteindelijk de boiler vond en zag dat die op de vakantiestand stond. Geen wonder dat we koud water hadden, stelletje mutsen die we zijn. De boiler werd uit zijn winterslaap gehaald en tien minuten later kwam er heet water uit de kraan. Zucht.
Ergens in diezelfde week kwamen we na een dag in het lab thuis en zagen nog net een gigantische muis van het aanrecht wegschieten, die in zijn spurt het bestek van het aanrecht gooide en vervolgens ergens onder de keukenkastjes verdween. Deze observatie verklaarde meteen het mysterieuze ronde gat dat in het brood zat dat Francine en ik de dag ervoor gegeten hadden.
“Leuk, een huisdier!” zei ik, toen ik aan mijn superstoere en vooral ontzettend slimme muis dacht die overbleef van mijn profielwerkstuk en die ik een tijdje in mijn slaapkamer hield (tot mijn ouders de urinelucht niet meer konden uitstaan en ik hem vrij moest laten). Maar de anderen waren het er niet helemaal mee eens en vonden het ongezond en onhygiënisch om een muis rond te hebben lopen en nadat we verhalen gehoord hadden over allerlei enge ziektes die overgebracht werden door die beesten (waarop Francine opmerkte dat zij en ik die allang hebben na het eten van het aangevreten brood) besloten ze om muizenvallen neer te zetten. “Prima,” zei ik, “maar ik wil er niets mee te maken hebben.”
Ik zocht voor ze op hoe ze een muizenval moesten spannen (dat bleek nog erg ingewikkeld te zijn), maar liet het daarbij en beval ze om het ding uit mijn zicht te zetten, dode beesten weg te halen voor ik ze zou zien en voor het geval dat er iets mis zou gaan en het beest niet dood zou zijn, liet ik ze ook nog eens beloven het beest snel uit zijn lijden te verlossen als dat nodig zou zijn. Ik wist dat ik hem zelf niet dood kon maken omdat ik een door katten aangevallen muis liever liet creperen in de achtertuin van mijn ouders (waar na een middag langzaam sterven uiteindelijk een ekster het beest uit elkaar kwam pikken) dan dat ik er zelf een einde aan maakte. Anyway, de meiden wilden van onze muis af en hebben en klein muizenvalletje in de woonkamer neergezet met een stukje kaas met pindakaas (getver) erop. Ik bemoeide me er nog mee door te zeggen dat het ding te klein was voor de muis die wij gezien hadden, maar de grote muizenval (die op de foto staat) was kapot en klapte steeds al na een paar seconden dicht (na eerst Arisca’s duim te mollen), dus de kleine was de enige optie. Tja, je voelt hem al een beetje aankomen hè? Het muizenvalletje was uitermate geschikt om beesten van formaatje spitsmuis dood te krijgen, maar wat wij gezien hadden was eerder formaatje woestijnrat of gerbil. Dus toen wij na een middagje shoppen in de kerstwinkeltjes van de mall hier thuiskwamen, lag er een gigantische muis naast de muizenval te creperen, naast een grote veeg bloed. Eerst dachten we dat hij dood was, hij lag immers zo stil. Maar toen zagen we hem bewegen. En dan is het jammer dat er geen grote, sterke vent met ons mee op stage is. En dat de eigenaren van het huis ergens in de woestijn zitten. We stonden met z’n vieren bij het fornuis naar het beest te staren, misselijk van het idee dat we een muis verwond hadden en hem nu moesten afmaken. Het was al snel duidelijk dat we geen van allen op de muis wilden gaan staan en dat we hem liever lieten liggen tot hij dood was (een beest dat er dood uitziet zal vast wel snel de pijp uit gaan?), dan dat we hem een handje hielpen. Terwijl ik stond te koken is Esther toen de deur uitgestormd om bij de buren aan te bellen (“desnoods ga ik de hele straat af”) om iemand te vinden die onze muis dood wilde maken en kwam al snel terug met onze buurman (niet Stan van mijn gratis internetverbinding, denk ik) die met stoffer en blik het beest opveegde en hem naar buiten bracht, waar de muis snel de bosjes in rende. De buurman, stoer als hij was, zei nog dat hij hem best dood had willen trappen in onze woonkamer, maar dat gaf zo’n rotzooi. Toen Esther dat navertelde terwijl we naar ons bord pastasaus met gehakt staarden verdween onze eetlust. Inmiddels hebben we in de garage een grotere val gevonden. Als we dat nou eerder hadden geweten… Maar goed. Genoeg verhalen over vier meiden in een oud huis.
Tijd voor een update over de stage zelf, maar die blijft kort want erg veel boeiends hebben we nog niet gedaan. We zijn de afgelopen week voornamelijk bezig geweest met het verzorgen van onze wespen, het controleren van de laatste eieren die we op Hawaï verzameld hadden en het doorkweken van onze kolonies. Dat laatste werd een beetje problematisch toen we erachter kwamen dat er wel erg veel wespen doodgegaan waren in onze klimaatkast, wat hoogstwaarschijnlijk lag aan de (erg) lage luchtvochtigheid in dat ding van 15%. We hebben er een bak water met een verwarmingselement ingezet en het op weten te krikken tot 75%, wat al een stuk dichter in de buurt ligt van Hawaï's benauwdheid. Het jammere daaraan is dat het bakje water zich niet automatisch bijvult, ondanks het ingenieuze emmertje water dat met een slangetje verbonden is met de kast. Morgen even checken wat het probleem is, want nu moeten we iedere dag water bijvullen. Kortom: we brengen halve dagen door in quarantaine. Als we experimenten willen gaan doen met de Hawaïaanse wespen worden dat waarschijnlijk hele dagen.
Het entomologiegebouw.
Ziet er allemaal een stuk schoner en moderner uit dan Gilmore Hall op Hawaï, waar de kakkerlakken in de gootsteen lagen en de hagedisjes op de muren kleefden.
De experimenten die we verder willen gaan doen zijn we op dit moment aan het bedenken, dus we lezen veel artikelen (bij voorkeur buiten in de zon).
Eén van de dingen die we willen uitzoeken is of onze wespen een voorkeur hebben voor gele bloemen boven de paarse die in hetzelfde veld stonden. De literatuur die we erover gelezen hebben bleef een beetje vaag en had het ook nog eens over andere soorten sluipwespen, dus we hebben besloten zelf een simpel experimentje te bedenken om te kijken of ze echt niet van paars houden. In het veld op Hawaï waar zowel paarse als gele bloemen stonden, vonden we in totaal maar iets meer dan 20 vlindereitjes op paars, waarvan er maar 2 geparasiteerd waren. Daar tegenover stonden veel grotere aantallen op geel. De paarse bloemen leken dus bij zowel de vlinders als de sluipwespen niet erg populair te zijn, maar we hebben gigantische aantallen open eieren (waar rupsen uitgekomen zijn; een ei waar een sluipwesp uitkomt is bijna niet van dicht te onderscheiden) op paars gevonden, veel grotere aantallen dan op geel, waaruit je zou kunnen concluderen dat paars nauwelijks wordt geparasiteerd. Anyway, we zijn donderdag naar The Home Depot gebracht, waar Arisca en ik gênante hoeveelheden kleurstalen (van die kaarten met kleuren verf erop) gejat hebben in de hoop daar een keuze-experiment mee op te kunnen zetten. Belachelijk hoeveel soorten paars er bestaan op deze wereld (en raar dat er veel minder soorten geel zijn).
Verder willen we erachter komen hoe (en waarom) de kleine, zwakke, vleugelloze mannetjes (“runts”) soms ontstaan in één van onze Hawaïaanse soorten sluipwespen. Het vreemde bij deze wespen is dat er soms een normaal mannetje uit een eitje komt, en soms een runtje. De artikelen die we gelezen hebben stammen uit de oertijd en hebben het over allerlei rare dingen als polaire lichaampjes en dat ze alleen in bepaalde gastheereieren zouden ontstaan, maar er is vast iets simpelers voor te bedenken. Gaan we mee klooien. Het zou leuk zijn om een paar andere soorten gastheereieren te krijgen, om te kijken of het waar is dat runts ‘alleen’ ontstaan in bepaalde soorten, maar misschien niet zo haalbaar. We gaan eerst kijken of we ze kunnen produceren in de Ephestia-eieren die we zelf op het lab hebben. Het jammere met zulke experimenten is dat je het resultaat pas na een dag of 10 kan zien omdat het nageslacht dan pas uitkomt, maar misschien gaat het sneller als we de temperatuur in de klimaatkast opvoeren. :’)
Hij nam onze glazen cola toen ze voor de helft op waren zomaar weer mee (nog voor we konden protesteren) om ze bij te vullen, wat we niet op de rekening terug konden vinden. Al met al een groot succes dus. Het enige dat ons opviel, en dat ons ook al was opgevallen toen we op Esthers verjaardag bij de IHOP in Honolulu gingen eten, was dat alles wel erg gehaast ging. Amerikaans dineren is blijkbaar supersnel je eten krijgen, wat wel fijn is als je honger hebt. Maar alle gerechten volgen elkaar snel op en borden en schalen worden weggegrist zodra ze leeg zijn. Toen ik klaar was met eten en de rest nog bezig was, werd mijn bord weggehaald. En toen iedereen zijn vork had neergelegd, alle borden weg waren, lag de rekening meteen op tafel. Nog voor Francine haar wijn half op had, was het geld weer opgehaald. We hadden allemaal het gevoel dat ze niet wilden dat we nog langer bleven zitten en zo stonden we na een uur weer buiten. :')
Anyway, tot zover mijn verjaardag. Van de meiden kreeg ik een fles roséchampagne, die we diezelfde avond opgedronken hebben, en een kaart met ‘de rode draad’ uit mijn pantoffel. Het beste verjaardagcadeautje kwam de dag erna: mijn nieuwe bankpasje. Het is inderdaad niet slim om niet te controleren hoe lang je pasje nog geldig is als je op een lange reis gaat en pas halverwege te ontdekken dat je pasje gaat verlopen. Maar gelukkig had ik een creditcard en ouders die zo lief waren om mijn nieuwe pasje op wereldreis te sturen.
Tot slot nog wat foto's van Riverside:
Sneeuw op de bergen! Dat was de eerste dagen, toen het zo koud was. Vandaag hadden we 22 graden met een heerlijk zonnetje, zoals het hoort. :)
Gisteren zijn we met de bus naar de Moreno Valley Mall geweest. Niet heel bijzonder, maar er was een kerstman bij wie je op schoot kon. Net als wat je altijd op televisie ziet! Je moest ervoor betalen, dus wij zijn maar niet op schoot gegaan.
Ons avondeten daar. Gewoon omdat je nog niet genoeg foto's gezien heb.
Mevrouw hotdog-on-a-stick.
En alvast een fijne kerst.
Aaaah die Casey's Cupcakes EM EM EM Neem je die mee, stuur je ze op ?! (Daar ben je toch zo goed in, dingen in koelboxen ;)) Bij de Kerstman dacht ik "Nu al?!" maar Sinterklaas is er natuurlijk ook al. Al had de Kerstman dan nog best 1.5 week kunnen wachten...
BeantwoordenVerwijderenLiefs
Oh nou vergeet ik nog iets: ik zag in Amsterdam een frozen yoghurt zaakje! Dat was toch zoals jullie ijs eten of haal ik nu dingen door elkaar? Anyway we moeten maar eens gaan proeven ;)
BeantwoordenVerwijderen