Pages

zondag 6 november 2011

Terug in Riverside, California

Haaaaaaaai Nederlanders! Groeten uit het koude en momenteel natte Riverside, waar we inmiddels zijn ingetrokken in het huis van een vlinderexpert van the University of California. Ik lig met mijn fleecejas over me heen op een zelfgefabriceerd bed van bankkussens (bevalt toch beter dan het delen van een queensize bed… ik heb nu mijn eigen kamer!) en heb een hele grote behoefte aan pantoffels… of het heerlijke klimaat van Hawaï. We hebben alle vier heimwee naar de zon, de oceaan, de vissen, de schildpadden, de dolfijnen (zie hieronder) en de mensen. Het huis is oud, of nee, eerder een beetje vervallen. Meteen de eerste avond hadden we lekkage in de woonkamer nadat ik onder de douche was geweest en water via de houten balken en kozijnen naar beneden sijpelde. Dat lijkt inmiddels opgelost, aangezien het niet meer voorkwam toen we de eigenaar van het huis de douche aan lieten zetten. Vanavond nog een keer proberen. Toen ik ging koken, is een stuk van het fornuis in de fik gevlogen toen ik een stukje gehakt liet vallen (no worries, er lag een deksel naast de pit en ik heb er géén water overheen gegooid) en we hebben ook al een stuk van het aanrecht weten af te breken door er met de leuning van een stoel tegenaan te stoten. Verder is van de dubbele wastafel, het broodrooster en de lamp in één van de slaapkamers de linkerhelft kapot. De wc stopte pas met doorspoelen toen ik hem handmatig dichtduwde. Kortom: leuk oud huis van mensen die al jarenlang ergens in de woestijn wonen. Hilarisch detail is dat we overal vlinders tegenkomen: in de kast waar we onze kleren wilden leggen, in de koelkast (getver), in de vriezer (getver), overal tegen de muren en in een gigantische ladekast die een complete muur van de woonkamer in beslag neemt. We zijn inmiddels zelf maar begonnen met schoonmaken en hebben in the loading dock van het entomologiegebouw gedoucht. Er is geen internet in huis en de telefoon is afgesloten. Gelukkig heeft Stan, die gezien waar we in huis bereik hebben onze achterbuurman is, zijn internetnetwerk niet beveiligd en kunnen we soms, als we onze laptops dicht bij het raam houden of in de tuin gaan staan, bij hem inloggen. Een beetje primitief leventje dus, maar dat is na al die tijd in het luxe Hawaï wel weer goed voor ons. 








Anyway, laat ik maar bij het begin beginnen en loggen vanaf het moment dat ik jullie de vorige keer achterliet: na ons kampeerweekend. Halloween dus!
We hadden gehoord dat Waikiki the place to be was op Halloween’s eve, en dat kwam goed uit aangezien wij daar woonden. Francine had een heksenhoed en wat spinnen gevonden, Esther en Arisca gingen als Nederlandse toeristen die een stage doen op Hawaï en ik zette mijn snorkel op mijn hoofd. Esther zei: “Oh, Emma.” Arisca zei: “Je kunt wel zien dat je nooit carnaval hebt gevierd.” En ik snapte het niet en ging met snorkel de straat op. Nog geen tien meter bij het hotel vandaan kreeg ik commentaar van een vent op een motor (“Wow, nice outfit…. Going diving?”) en nog voor we überhaupt op de boulevard waren had ik mijn snorkel afgezet (na nog een compliment over mijn snorkel) en ben ik als Nederlandse toerist op stage verder gegaan. Veel leuke kostuums gezien. Bij sommige stonden er rijen mensen te wachten om met een skelet, geest of StarWars-figuur op de foto te gaan. Was leuk!















 
De dag erna, dinsdag 1 november, hadden we onze allerlaatste labdag. We hadden vorige week al een heleboel opgeruimd en sowieso alle eieren en wespen al verzonden naar Riverside, dus we hoefden alleen nog maar terug om de wespen en rupsen die we op alcohol hadden staan in te pakken en op te sturen. Ik stuurde onze begeleider weer op pad om een doos voor ons te vinden terwijl wij de buisjes alcohol, waar we de week ervoor al zoveel mogelijk van hadden afgegoten om te voorkomen dat ze zouden gaan lekken, verpakten in ZipLoc-zakjes en de hele boel met een pakje bevroren gel in een piepschuimen koelbox propten. We vulden de doos op met een deel van de vlinderpotjes die we meegenomen hadden uit Nederland (stiekem omdat we de backpack met stagespullen voor een deel wilden gebruiken voor onze schoenen, badhandoeken en bikini’s ^^”) en hoopten dat FedEx de doos deze keer niet via Alaska naar Californië zou sturen.
Vervolgens kregen we een afscheidslunch voorgeschoteld, om die rare Nederlanders even te laten zien hoe je hoort te lunchen. Dus in plaats van onze plakkerige boterhammen met kaas, kregen we pizza, kip en chili-chicken-without-chili. Met bier en cola. En een verjaardagstaart voor Arisca als toetje. 



(het rolgordijn moest naar beneden, we hadden tegenlicht ;))



Was erg gezellig en zorgde ervoor dat we het wel jammer vonden om weg te moeten gaan. Maar toen de lunch op was en we al onze spullen bij elkaar hadden geraapt was er geen reden meer om te blijven en zijn we maar naar huis gegaan. Na een allerlaatste rondje over de campus.


Woensdag, de dag voor we vertrokken van Hawaï, pikte Kevin, onze kleine-dikke-gepensioneerde-militair-uit-Laos, ons om 7 uur 's ochtends op bij ons hotel. Meteen de eerste vijf minuten van ons kampeerweekend had hij ons al uitgenodigd om te gaan zwemmen met dolfijnen. Dat moest je gedaan hebben voor je vertrok, zei hij. Dus op onze laatste dag in Hawaï reden we een eind naar de westkust, naar Kahe Point Beach Park om precies te zijn, waar we om 8 uur uitstapten om dolfijnen te kunnen spotten. Iedereen tegen wie we gezegd hadden dat we dolfijnen gingen kijken in de buurt van Electric Beach, zei dat we er dan om 7 uur moesten zijn om succes te hebben. Toen we er dan ook om 8 uur aankwamen en een oceaan zonder opspringende zeezoogdieren zagen, dachten we ze gemist te hebben. Kevin zei dat we wel de zee in konden gaan om te snorkelen bij een afvoerpijp van een fabriek, en daar op de dolfijnen konden wachten. Maar op dat moment zagen we ze ineens in de verte aan komen spetteren! Zo gaaf! We hebben onze kleren uitgetrokken en zijn als een gek het water ingerend. Arisca en ik hadden boogie boards meegenomen, omdat Kevin had gezegd dat het 10 minuten zwemmen was, plus de tijd die je doorbrengt rondom de dolfijnen. En dan nog terug. We waren een beetje bang om te verzuipen door zo ver de zee in te zwemmen, maar het board gaf ons een iets veiliger gevoel. Bij de ingang naar zee was de stroming vrij sterk en de golven soms best hoog, maar ze braken gelukkig niet waardoor we redelijk veilig de zee in konden zwemmen. Een behoorlijk eind zwemmen later waren we bij de afvoerpijp. De dolfijnen waren inmiddels niet meer te zien, maar we vermaakten ons een tijdje met het snorkelen rondom het warme afvalwater van de fabriek, waar zich enorm veel vissen, waarvan vele soorten die we nog niet eerder hadden gezien, omheen verzamelden. In de diepte zagen we ook nog een schildpad scharrelen, maar na al die tochtjes die we met schildpadden gemaakt hadden maakte dat weinig indruk meer. Kevin hield ondertussen de zee in de gaten. We hadden de dolfijnenexcursies die toeristen voor 150 dollar per persoon in een bootje meenemen om misschien dolfijnen te zien al gespot en toen die in beweging kwamen zagen we inderdaad wat spetters op ons afkomen. Onder water konden we ze zachtjes met hun hoge pieptonen horen communiceren, wat een griezelig maar supergaaf gehoor was. We zwommen erheen en zagen in de diepte een paar kleine dolfijnen voorbij schieten. Daarna zagen we een tijdje niets. En daarna waren er ineens overal om ons heen groepjes gigantische dolfijnen, die vrij diep voorbij zwommen. Ik zag er een paar naar boven komen om adem te halen en wist er snel genoeg naartoe te komen om ze vlak bij het wateroppervlak te onderscheppen en heb ze zo van best dichtbij kunnen zien. Prachtige beesten. Ze zijn ontzettend snel en daardoor moeilijker (of haast onmogelijk) te volgen dan de trage zeeschildpadden, maar ze zwommen in rondjes om ons heen. De dolfijnenexcursies laadden hun toeristen uit, mensen die uiteindelijk voor veel geld precies hetzelfde zagen als wij. Alleen hoefden zij niet te zwemmen en konden ze iets langer in het water blijven. Wij moesten op tijd weer terug naar de kust omdat het veel energie kostte om tegen de stroming in veilig het strand weer te bereiken en we na het zwemmen en watertrappelen snel moe werden. Een uurtje later stonden we dus weer bij de auto, met het geluid van dolfijnengepraat nog in onze oren. Arisca had een onderwatercameraatje meegenomen en heeft de foto’s inmiddels laten ontwikkelen. Kijk zelf maar wat voor iets prachtigs we gezien hebben!








Toen we om half tien ’s ochtends moe, maar vol van wat we gezien hadden bij de auto stonden te druipen van het zeewater, nam Kevin ons als afscheid mee ontbijten in China Town. Of we ooit dim sun gegeten hadden. Nee, en we hadden geen idee wat dim sun is. Kevin parkeerde de auto in een parkeergarage en toen we er op de 1e verdieping uitstapten, stonden we midden in China. Er klonk slecht Chinees gepingel (buiten ja), overal hingen vlaggetjes te wapperen en we liepen over een luchtbruggetje over een kitscherige binnentuin. Vervolgens gingen we het Empress Restaurant binnen en kregen we het idee in de eetzaal van een Chinees bejaardenhuis te staan. Het was een grote, kale ruimte met ronde tafeltjes met witte kleedjes, personeel in uniform en met rijdende karretjes vol schaaltjes met eten. En heel veel bejaarden. We kregen een pot thee, glazen ijswater en konden kiezen uit schaaltjes met allerlei Chinese hapjes. Wij hadden geen flauw idee wat het allemaal was, lieten Kevin voor ons kiezen en in no time was de tafel gevuld met in bladeren gestoomde rijst, bapao-achtige broodjes, in deeg verpakte garnalen, eiertaartjes, in fijn deeg gesponnen Hawaïaanse aardappelen en allerlei andere vreemde dingen. We probeerden alles en hebben erg lekker gegeten. Kevin betaalde, “I invited you here, so I’ll pay,” zei hij. Erg lief van hem. Hij heeft ons toch zeker het mooiste laten zien van wat Hawaï te bieden heeft, op de walvissen (die pas in december weer terugkomen) na. We hebben onze snorkels en duikbrillen aan hem gegeven, kan hij aan nieuwe mensen geven die de wonderen van de Grote Oceaan komen ontdekken.





En zo stonden we om 11 uur ’s ochtends weer voor ons hotel met het gevoel er al een hele dag op te hebben zitten. We ploften bekaf weer neer op bed, maar zijn uiteindelijk maar overeind gekomen om de allerlaatste keer Waikiki door te lopen.
We scharrelden rond op the International Market Place, waar vrij agressieve Aziatische verkopers je allerlei prul aan proberen te smeren. Als je maar iets te lang kijkt of wijst naar één van hun producten, kom je nauwelijks meer van de verkopers af en als je uiteindelijk niets koopt, zijn ze nog boos ook! Aan de andere kant kun je er afdingen (als je maar lang genoeg twijfelt kom je uiteindelijk op de helft van de originele prijs uit) en na twee maanden verdwalen we nog steeds in de chaotische wirwar van alle winkeltjes en kraampjes. Ik had beter niet kunnen gaan, want ik heb veel te veel souvenirs gekocht. Oorbellen, een tas, een prachtige ‘handcrafted Chinese dragon’ (die ging van 80 naar 25 dollar, dus ja… dat kon ik niet laten liggen) en een plank met schildpadden en ‘HAWAII’ erop waar ik ooit een kapstok van ga maken (don’t ask). Samen met de ukulele die ik al eerder gekocht had zorgden deze spullen ervoor dat ik die avond een flinke hoeveelheid hout in mijn koffer moest stoppen. 








We gingen precies op tijd weg, er werd alleen nog maar regen voorspeld door onze lift!


 
Stoer als ik was, belde ik TheCab om een taxi voor half vijf de volgende ochtend te bestellen. We zetten de wekkers om drie uur ’s nachts, gingen vroeg naar bed en voor we het wisten was het tijd om op te staan en de laatste spullen in onze koffers te pakken, snel af te wassen en het appartement in redelijk nette staat te brengen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat onze bagageweger al onze koffers zwaarder vond dan toegestaan was. Ondanks alle zooi die we in de backpack gestopt hadden… Dus moesten we op het laatste moment nog even wat kleding in de handbagage stoppen. En toen was het echt tijd om te gaan… We sleepten onze zooi naar de lobby van het hotel en zagen dat de taxi er al was (toen vond ik mezelf nog stoerder, want blijkbaar had de taxicentrale me ook echt begrepen), dus we konden meteen onze spullen (laten) inladen. Nog geen half uur later stonden we op het vliegveld, nadat de taxichauffeur zo vriendelijk was geweest om ons naar de terminal van Delta te brengen (het zal wel normaal zijn dat een taxi je brengt naar de terminal waar je moet zijn, maar als studenten die normaal gesproken worden gedropt bij een bushalte of treinstation waren we dat niet gewend). Omdat we met alle dingen die mogelijkerwijs mis konden gaan rekening hadden gehouden, waren we veel te vroeg. Een aardige man die iedereen op stond te wachten wees ons naar een bankje waar we moesten wachten tot hij de scanner voor plantaardig materiaal open zou gooien (de lading hout in mijn koffer werd goedgekeurd) en vertelde ons waar de wc was en waar we onze koffers nog eenmaal konden wegen (we zaten allemaal net onder de 50 pond, gelukkig). Daarna moesten we inchecken, waar wij wederom het baliepersoneel moesten vertellen dat we niet voor onze koffer hoefden te betalen omdat we een ticket voor een internationale vlucht hebben, gingen we door de security en aten en dronken nog wat omdat we uit ervaring wisten dat Delta ons geen eten zou gaan geven.

De vlucht zelf verliep prima. Het was een vrij klein vliegtuig en van de ruime vijf uur die de vlucht duurde heeft het
fasten-your-seatbelts-lampje zo’n 4 uur gebrand. Het gevolg was dat we inderdaad amper eten en drinken kregen (een klein zakje pinda’s en pretzels, een glaasje sap, cola en water) omdat het personeel ook lekker met de riemen vast op hun stoeltje zat. Van de turbulentie zelf hebben we weinig gemerkt. Ik heb een uur lang zitten wachten tot het lampje uitging zodat ik naar de wc kon (het lijkt me niet zo fijn om tijdens het plassen een vrije val mee te maken), maar toen het lampje maar niet uitging en het vliegtuig geen rare bewegingen maakte ben ik toch maar gegaan. 




En toen waren we alweer in Los Angeles! We haalden onze koffers op en wachtten met vier medium MacDonald-menu’s tot we opgehaald zouden worden als de files rondom de stad voorbij zouden zijn. Om negen uur ’s avonds (voor ons was dat eigenlijk zes uur ’s avonds, maar doordat we de nacht voor vertrek weinig geslapen hadden en de dag overleefd hadden op snacks voelden we de jetlag, voor zover je die hebt bij een tijdverschil van drie uur, nog niet) kwamen we aan in het huis van de vlinderman in Riverside. De volgende ochtend kregen we een quarantainetraining en pasjes voor het quarantainegebouw van de universiteit omdat een deel van onze wespen niet voorkomt in Californië en ze niet willen dat we ze per ongeluk introduceren. Dus nu lopen we iedere dag in een doolhof van zwartgeverfde gangen rond, waar een enkel UV-lampje hangt om ontsnappende insecten aan te trekken. Om de gangen en labs in te gaan moet je door verschillende luchtsluizen, waar je vast in kan komen te zitten als één van de deuren niet goed sluit, want dan gaat de andere niet open. (Om te voorkomen dat iemand opgesloten raakt in een lab doordat een ander de luchtsluis open laat staan, staat er in iedere ruimte gelukkig een telefoon.) We dragen labjassen en mogen alles het gebouw mee in nemen, maar niets mag er uit zonder eerst in de oven of autoclaaf te gaan. Nogal overdreven gedoe voor een paar minuscule sluipwespjes. Je zult wel begrijpen dat ik geen foto’s ga maken van dat gebouw of onze labruimte daar, want dan moet mijn camera in de oven.
Tja, en dat lijkt me wel een lang genoeg verhaal voor nu. Het updaten van mijn blog gaat vanaf nu moeilijker worden omdat ik geen internet heb, en mijn verhaal in Word moet typen en moet wachten op de zeldzame momenten dat mijn laptop het netwerk van Stan accepteert. Misschien dat ik voortaan naar de universiteit loop om daar te internetten. Moet ik nog even zien. Verwacht in de toekomst voorlopig dus maar weinig logs die als ze komen best lang zullen zijn, maar hopelijk wat minder lang dan deze.
Tot slot sluit ik af met wat foto’s die bij oudere logs horen, maar die ik pas net binnen heb gekregen. Het zijn de foto’s van Elsie, van het zeilen, en de prachtige foto’s van Arisca’s onderwatertoestelletjes. Een hoop foto’s dus van vissen, schildpadden en mensen in bikini’s. Anyway, have fun!

Snorkelen, Hanauma Bay:

Grote parrotfish, die hoor je de rotsen kaalschrapen.






De kajaktocht naar het vogeleilandje:

Schildpadden bij Sandbar en Haleiwa:
Zo mooi. :3








Het zeilen:






En natuurlijk de groeten van ons!

1 opmerking:

  1. Oh Em! Ik begin inmiddels te twijfelen of ik wel naar Stockholm moet gaan, daar kan ik vast niet met zeeschildpadden en dolfijnen zwemmen...

    Wat briljant waren die koekiemonster-outfits trouwens die je op een Halloweenfoto hebt staan!
    De dim sun zien er erg lekker uit, misschien dat je sushi ook maar eens een kans moet geven :P
    Die foto waar jullie op die surfplank in een golf staan is ook tof :D

    Dat huis waar jullie nu zitten... dat was toch gratis, of goedkoop ofzo? Als ik dat goed heb onthouden compenseert dat ten minste weer alle gebreken ;) En het is maar voor 2 maanden!

    Liefs

    BeantwoordenVerwijderen