Een week na het openen van de champagne om onze mooie stageresultaten te vieren, stortte de boel in. We geloven dat onze begeleiders niet echt geloven dat wij zoveel vlindereieren en wespen vinden, met als gevolg dat we nu zonder buisjes zitten om de eitjes in op te kweken en al meer dan een week geen Ephestia-eieren meer hebben en daardoor onze wespenkweek stop hebben moeten zetten. In het geval van de eieren is het erg zuur, aangezien we vorige week zaterdag opmerkten dat we nieuwe nodig hadden, dit op maandag meteen doorgaven met de boodschap dat we nog voor drie dagen eieren hadden om de kweek te doen. En op woensdag komt onze Hawaïaanse begeleider naar me toe met de boodschap "I should really order you some new eggs, you're using them at an incredible rate." Waarop ik zei dat we nog voor één dag eieren hadden. Waarop hij zei dat als hij ze nu meteen bestelde, ze er over een week wel zouden zijn. Thanks. Toen we dit naar onze Californische begeleider mailden, mailde hij dat hij nog wel wat eieren had liggen, maar dat hij een vergunning nodig had om die op te sturen. Waarop mr. Hawaï hem ging mailen om te zeggen dat er geen vergunning nodig was, aangezien de eieren bestraald en dus dood waren. Hij zei dat we de eieren maandag wel zouden moeten krijgen. Nooit aangekomen. En de lading die hij zelf had besteld zou gisteren moeten aankomen. Ook nog niet gezien. Ik heb mijn mooie Tiny Male-experiment moeten afbreken, we hebben onze Wolbachia-besmette lijnen niet kunnen doorkweken en ook de nieuw uitgekomen wespen kunnen we niet doorkweken. We proberen de wespen in leven te houden met een druppeltje honing en veel liefde. Ondertussen staan er meer dan honderd buisjes te wachten op nieuwe eikaarten (stukjes post-it die we in de Ephestia-eieren hebben gedoopt). Veel zijn er al gesneuveld. Het frustrerende is dat onze mooie resultaten nu min of meer in de soep lopen, terwijl wij daar niets aan kunnen doen. Wij werken hartstikke hard en al ons werk sterft uit door een gebrek aan vlindereitjes. Zucht! Nou ja, niets aan te doen. We kunnen wel iedere dag een uurtje eerder naar huis omdat we de kweek niet kunnen doen. :)
Het geval van de buisjes is iets minder dramatisch. Als we geen buisjes meer hebben (gisteren), stappen we over op gelcapsules, die ook worden gebruikt voor medicijnen. Wij stoppen er een vlindereitje en een druppeltje honing in en proberen onze handen zo droog mogelijk te houden, want als we te veel zweten lossen de capsules op. Da's ongemakkelijkheid #1. Nummer 2 is de Hawaïaanse kakkerlakkenpopulatie.
Tijd voor iets leuker nieuws! De Maile Pilau hornworm is uitgekomen! Hij ziet eruit als een camouflagestraaljager.
Maar we gaan er niets mee doen. :) We hebben ook al een monarch in de vlindertent zitten, ook zelf opgekweekt, en we vonden op een dag een blauwtje in onze papieren kweekbekers. Daar heb ik geen foto's van. Wel heb ik foto's van een andere grappige ontdekking onder de microscoop.
Ik weet niet meer of ik het al verteld had, maar we proberen vlinders te vangen om te kijken of er toevallig sluipwespen op meeliften. We rennen als gekken achter vlinders aan, wachten met een potje tot ze eindelijk gaan zitten en vangen ze dan als ze weer opvliegen. We hebben wel een paar wespen gevangen, op die manier. Een paar. Vandaag ging ik potjes van twee dagen geleden controleren en vond iets heel anders aan het meeliften op een vlinder.
Mieren!
Een kop.
En een heel beest! Grappig! Leuk ook dat ze na twee dagen in de vriezer nog steeds de vlinderpootjes vastgebeten hebben.
Tot zover de labupdate. Over naar het jaloersmakende gedeelte van de blog. Om te compenseren voor de dag dat ik doorgewerkt had toen de meiden naar Pearl Harbor gingen en de keer dat Arisca haar hele weekend op het lab doorbracht, mochten wij een doordeweeks dagje vrij nemen om te gaan snorkelen in Hanauma Bay.
Zomaar een greep uit de mooie vissen die we gezien hebben. :3 We hebben nog veel meer gezien, maar ik wist van niet alles de naam en dat zoekt zo lastig op Wikipedia.
Hmm... Verder zijn Francine en ik deze week met een Nepalese PhD'er naar een experimental farm van de universiteit gegaan, net over de bergen heen. Wij moesten nog op zoek naar eieren van de banana skipper, een mot die haar eieren op bananenbladeren legt. Hij moest maïs zaaien. Het was een beetje vreemd om als twee kleine, witte, Nederlandse meisjes rond te lopen op zo'n gigantisch terrein vol plotjes van allerlei soorten onderzoek. We kwamen eigenlijk alleen personeel tegen, wat stevige, gebruinde inheemse Hawaïanen zijn. We kregen drie uur de tijd om over het terrein te struinen en eitjes te zoeken, en ondanks dat de velden met banaan hooguit 100 meter bij elkaar vandaan stonden, moesten we maar de auto pakken om van veldje naar veldje te gaan. Prima. Dus ik reed van boom naar boom, oppassend voor kuilen en de slangen van het irrigatiestelsel. Gewoon omdat het kon.
Ja, dus zo groeien bananen...?
Hier zat iets in. Een hagedisje ofzo. Iets reptielerigs. We konden het niet zien omdat het binnen zo donker was en ik had natuurlijk geen zaklamp bij me, dus dacht ik dat het met een foto met flits misschien te zien was. Niet dus. Als hij niet zo gemeen naar ons had zitten kijken hadden we vast wat meer moeite gedaan om erachter te komen wat het was.
Raar eng beest #2. Grote bruinige wesp. Damn, wat zijn we slechte entomologen dat we niet verder komen dan 'grote bruinige wesp'. Ze was erg goed haar nest aan het beschermen. Mooi beest. Beetje griezelig groot.
Bovendien zochten we eitjes, dus we mochten ons niet laten afleiden door rare enge beesten. Toen we uit Californië de opdracht kregen op zoek te gaan naar eieren op bananen hadden we niet echt nagedacht over de grootte van de bomen. De opdracht "zoek een palmboom en vind eieren op de bladeren" zou ongeveer even uitvoerbaar zijn geweest, aangezien de meeste bananenbomen erg hoog waren en hun bladeren recht omhoog staken. En op de onderste, hangende bladeren waar we wél bij konden zat niets. De foto geeft een beetje een impressie van de zoektocht: spring omhoog, grijp een stukje blad, trek het naar beneden, bekijk het en lanceer het terug omhoog.
EEN EITJE
Kun je je voorstellen hoe frustrerend het is als je na een uur bananenbladeren bekijken eindelijk een eitje vindt, en deze vervolgens in de houtsnippers lanceert als je na het maken van een foto hem in je ziplock-zakje wilt deponeren? Zéér frusterend ja!! Zeker omdat het zeker anderhalf uur duurde voor we nog een eitje vonden en we thuiskwamen met slechts dat ene eitje. En al helemaal omdat dit ene eitje groter is dan alle andere vlindereitjes die we tot nu toe gevonden hebben. Stel je toch eens voor dat hier een stuk of 50 wespjes uit zouden komen... Maar ja, met één eitje is de kans op een rups groter.
Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar één of andere maïsprofessor, die al jaren met pensioen zou zijn maar zijn passie nooit los heeft kunnen laten en nog steeds op blote voeten over zijn maïsveldjes struint. Lief oud mannetje, die een half uur non-stop over maïs heeft zitten praten toen wij gingen vragen of we alsjeblieft wat corn silks mochten plukken, de draadjes die aan de jonge maïskolven zitten en waar de corn earworm haar eieren in legt. Dat mocht. En neem deze flyer mee over een maïsvirus, die heb ik gisteren in elkaar gezet. Oh, en pluk wat sweet corn als je er toch bent, dat is lekker. Twee leek ons wel genoeg. Ach, oké, vier dan, eentje per persoon. Nee, je moet er twee per persoon. En neem Hawaiian Sweet, die is het lekkerst.
We wisten niet zo goed wat we ermee moesten. We hebben er twee weggegooid, want daar kropen wormpjes uit de maïskorrels, twee in de koelkast gelegd en vier bestreken met boter en in aluminiumfolie een half uur in de oven gelegd. 395 graden Fahrenheit leek ons wel genoeg. Was lekker! Gisteren kwam een post-doc op het lab terug met een kar vol courgette. Neem zoveel mee als je wilt, zei ze. Dus wij zijn thuisgekomen met 5 krengen zo groot als mijn bovenarm. Ik heb er 24 uur over nagedacht wat we in hemelsnaam konden eten met courgette (blikvoer en sla maakt je nogal inspiratieloos), maar uiteindelijk heb ik met Arisca deze ovenschotel gecreëerd:
Met aardappelschijfjes, geitenkaas, Gouda(!)kaas, spek, gehakt (lees: geprakte hamburgers uit onze Costco-voordeelverpakking), een mengsel van ei, melk, yoghurt en bouillonpoeder (yup) en uiteraard courgette. En dat dan een uur bij 350 graden Fahrenheit. Het viel goed in de smaak, want normaal eten we met z'n vieren anderhalve gekookte aardappel, nu hebben we er bijna vier op, plus een grote hoeveelheid courgettehamburgerspekkaasprut. Dit om even te bewijzen dat we soms wel gezond eten! (Ik zal maar niet zeggen dat in ondertussen het halve menu van McDonald's uit mijn hoofd ken en al precies weet welke versie van de Whopper ik de volgende keer bij de Burger King ga bestellen.)
En uiteraard lunchten we op het strand. Gewoon omdat dat in Wageningen niet kan!
Net toen we de camera's opgeborgen hadden en terug naar de auto liepen zagen we natuurlijk een zeeschildpad zwemmen. Oud nieuws, niet bijzonder meer, dus geen foto! ;)
Het mooie van dit eiland is dat waar je ook heen gaat, je iedere hoek die je omslaat een totaal nieuw gebied in gaat. Je kunt in vijf minuten van regenwoud naar woestijn, van bergen naar zeeniveau. De westkust is de woestijn van Oahu. De bergen leken op de bergen die we gezien hebben in Californië, aan de rand van de Mojavewoestijn. Grote, droge dingen. Een erg mooie kant van het eiland, maar we gaan er niet meer terug. Aan de kant van de weg zagen we erg veel permanent bewoonde tenten. Ik kan me niet veel mooiere plekken voorstellen om een tent op te zetten en de rest van mijn leven te blijven wonen, maar we wilden er toch niet te lang blijven hangen en zijn maar weer snel omgekeerd en teruggereden naar het rijkere deel van het eiland, waar minder scherven van kapotgeslagen autoruiten in de berm lagen. We weten inmiddels dus alle lagen van de bevolking te lokaliseren: de rijkste hebben een villa met uitzicht op zee, daar waar het altijd mooi weer is, richting oostkust, aan de rand van Honolulu. De normale mensen wonen daar waar het altijd regent, wat min of meer het enige betaalbare is op het eiland: de natte kant. En de armsten wonen in het droogste gebied, waar het nooit regent, het gras dor en hard is en waar de toeristen liever niet komen. Met dit stukje informatie ga ik jullie weer verlaten, zodat ik nog even de stad in kan voor we naar bed gaan. Mahalo!
Leuke foto die laatste!
BeantwoordenVerwijderenEn leuk weer zo'n uitgebreid verhaal te lezen en zien :)
Liefs
yo
BeantwoordenVerwijderenHij doet het eindelijk :D ik dacht ik klooi voor de laatste keer, muahahahaha aanhouder wint:D!!
BeantwoordenVerwijderenSuper mooie foto's, idd zwaar jaloers makend als ik als die mooie flora en fauna zie. Toen ik de foto zag van jullie allen op het strand dacht ik meteen 'Daar wil ik ook zijn!!';)
Hij doet het :D ik dacht ik klooi voor de laatste keer! muahahahaha aanhouder wintXD
BeantwoordenVerwijderenecht super mooie foto's! idd zwaar jaloers makend al die mooie flora en fauna. Toen ik de foto zag van jullie op het strand wilde ik daar meteen bij zitten:P
Hier zijn we ondertussen aan het genieten van oranje, gele, rode en geen bladeren:P