Pages

zondag 25 september 2011

Pas op, véél foto's!

Hallo Nederland! Ik plaats weer een blog met een grote hoeveelheid foto's. Voornamelijk van golven (ik ben wederom bijna verzopen, sorry mam!) en parademensen. Ik heb er niet veel bij te vertellen, maar foto's zijn altijd leuk, toch?

Laten we maar beginnen met het verhaal over de golven. Donderdag zijn we weer gaan kijken bij patch eight, de paar groepjes geelbloemige planten die in het zand groeien en waar wat blauwtjes eieren op leggen. Ik reed en stopte de auto (waar met grote letters University of Hawaii Manoa - for official use only op staat) bij alle scenic points.








Arisca heeft op het strand een vlindervoeder uitgeprobeerd, maar daar kwamen geen vlinders op zitten (een kwartier wachten is ook niet erg lang voor zoiets, maar het was warm, we zagen geen vlinders en we wilden zwemmen). We vonden ook niet erg veel eitjes op de bloemetjes. Waarschijnlijk hoeven we op deze plek niet iedere week te gaan kijken. Aan de ene kant jammer, want het is er erg mooi, aan de andere kant ook weer niet zo jammer, want we bleken er niet erg goed te kunnen zwemmen.
Het strand tegenover Sea Life Park heeft een eigen baywatch-toren. Op het eerste gezicht vreemd, want het is er verboden om te zwemmen. Er hingen waarschuwingsborden over de sterke stroming en de gevaarlijke shore break, waar de golven dicht bij de kust breken doordat het strand vrij steil afloopt. Toch zwommen er minstens 20 mensen in dat kleine stukje zee. Ons gezonde verstand was behoorlijk aangetast door de felle zon en de grote hitte, dus wij gingen ook. En we gaan nooit meer. ;)
De stroming viel wel mee, die vijf meter die we de zee in zijn gegaan. Maar de golven waren erg hoog. Heel gaaf, om vijf meter de zee in getrokken te worden, drie meter omhoog te worden gegooid, en vijf meter richting de kust te worden geduwd. Minder leuk waren de punten waar de golven braken en rollend omvielen. We hadden al snel door dat je daar niet in terecht moest komen, omdat de golven met groot geweld neerklappen en je onder water duwen. Het was niet erg moeilijk om vlak achter de breekpunten te blijven, waar de golven je alleen maar omhoog gooiden, maar je moet continu blijven opletten om geen rollende golf op je hoofd te krijgen.
Het ging een tijdje goed, tot het natuurlijk fout ging. Ik zag de golf aankomen, zeker vier meter hoog (Arisca zegt dat hij nauwelijks boven me uitkwam, maar ik vond hem veel groter), hoorde Francine naast me "Oh nee" roepen en had nog net de tijd om een hap lucht te nemen, mijn ogen dicht te doen (lenzen!) en me om te draaien zodat de golf op mijn rug zou vallen. Dat deed de golf dus ook. Ik werd met een gigantische kracht omgegooid en op mijn buik in het zand geduwd. Zodra de druk op m'n rug afnam kon ik mijn voeten op de grond zetten en mijn hoofd boven water krijgen (het was ondiep, dus ik kon mijn hele bovenlichaam boven water krijgen door op te staan) en naar het strand lopen, waar ik erachter kwam dat de paardenstaart uit mijn haar getrokken was, er dikke lagen zand in mijn bikini zaten en dat alle holtes in mijn hoofd vol zaten met zeewater. Dat zeewater kwam anderhalf uur later nog uit mijn neus druipen toen ik mijn hoofd boog om mijn veters te strikken. Geen succes dus, maar ik kan wel zeggen dat ik kennis heb gemaakt met de beroemde hoge golven van Hawaï. Arisca en Francine hebben soortgelijke ervaringen met de golven. Zij zijn er wat langer ingebleven en kwamen erachter dat het slim is om onder te duiken als er een golf breekt. Arisca ving de golven niet (zoals ik) op haar rug op, maar op haar zij, en bezeerde haar heup. Maar goed, ik heb mijn lenzen nog en weet waarom zwemmen verboden is op dat strandje en ik zal het nooooooit meer doen.

















Ondertussen zat Esther ergens in de schaduw haar lunch te eten en te voeren aan vogels en mongooses: wezelachtige carnivoren, volgens Wikipedia verwant aan stokstaartjes.






Vrouwen aan het stuur:


De sluipwespenkweek gaat goed, trouwens. We hebben ondertussen bijna meer kweek dan buisjes om in te kweken, dus we hopen snel post te krijgen uit Riverside. De rupsen, die we kweken om verse vlindereitjes te krijgen, groeien met de dag. Hier rupsen van de monarch-vlinder:




Onze grote Maile Pilau Hornworm:


Zaterdag was er in Waikiki een floral parade. De parade maakt deel uit van het Aloha-festival, voor zover ik weet een tijd van marktjes en optredens voor toeristen. We zaten om 9 uur 's ochtends al te wachten tot de parade langskwam. Het was best leuk, met fanfares, scholieren, militairen, versierde auto's en 'prinsessen' te paard. Alleen niet zoveel bloemen als je zou verwachten in een bloemenparade.










 De burgemeester. Met z'n vrouw in de auto erachter.









 Achter ieder paard een poepschepploeg.

 Sorry.

maandag 19 september 2011

Zeeschildpadden!

Hallo Nederland! Ik heb een gigantisch verhaal voor jullie! Da's het nadeel van niet zo vaak updaten hè, dan worden de blogs langer. Ik heb vooral veel foto's, aangezien ik erg veel gezien heb sinds de laatste update. Ik zal maar meteen met het mooiste beginnen: zeeschildpadden! Ik ben er nog steeds erg verbaasd over en ik vraag me af of we geluk gehad hebben dat we ze gezien hebben, of dat ze er altijd liggen... Anyway, we zijn vandaag met het busje van de universiteit over het eiland gereden. Deze keer gingen we naar de westkust (over de oostkust en mijn rijervaring in het busje vertel ik zo), waar we een paar veldjes hadden waar we castor beans weten te vinden (geen eitjes, deze keer) en waar we de eitjes van blauwtjes verzamelen. Zoals altijd was het weer 30 graden, en in de volle zon op je hurken eitjes zoeken en achter vlinders aan rennen is geen pretje. We besloten dus na een paar hete uren veldwerk te gaan zwemmen. We parkeerden de auto bij het Haleiwa Ali'i Beach Park, een grasparkje aan de oceaan zoals alle kustplaatsjes op het eiland die hebben. De golven waren hoog, de lucht begon te betrekken, het waaide hard en er stonden waarschuwingsborden voor scherpe koralen waaraan je je voeten open kon halen, dus we stonden te twijfelen of we er nog wel in wilden toen Arisca iets zag bewegen. Ik zei dat het een steen was, maar de steen bleek te zwemmen en af en toe een kop boven water te steken. Een gelukstreffer leverde me deze foto op:


Toen we bijna weer weg wilden gaan kwamen er twee mensen op ons af, die ons vertelden dat er even verderop nog meer schildpadden waren, hele grote, en dat we maar om de hoek moesten gaan kijken. En jemig, daar bleken ze gewoon op het strand te liggen! Eerst dachten we dat ze dood waren, ze bewogen immers niet. Maar toen we iets te dichtbij kwamen schoof er eentje de zee in. Uiteraard hebben we ontzettend veel foto's gemaakt en het is niet echt vreemd dat het bedreigde dieren zijn als je als mens zo dichtbij kunt komen... Als bioloog schaam ik me een beetje om het zo brutaal verstoren van zulke mooie beesten om een paar foto's te maken, dus ik ben al snel overgestapt op de zoomfunctie van m'n camera.


 










 






Dat lijkt me wel genoeg foto's. Zodra we weer in de buurt zijn gaan we weer kijken. Alleen kijken deze keer, genieten van die gigantische monsters.

Zondag hebben we een uitstapje gemaakt naar Diamond Head, de vulkaankrater die naast Waikiki ligt en vanuit ons hotel te zien is. De krater is zo'n 100.000 jaar geleden ontstaan bij een explosieve uitbarsting en voor een dollar kon je naar de top van de rand klimmen. Altijd leuk, in 30 graden.










Links Waikiki. Alle flatgebouwen zijn hotels. Er wonen alleen toeristen. De inwoners van Oahu zelf vermijden Waikiki, behalve om er te werken. Rechts, tegen de bergen, ligt UH Manoa.


 Waikiki.



 Tja.

Esther, ik en Arisca. Op de top neemt iedereen foto's van elkaar. You take picure of me, I take picture of you, deal yes? En iedereen gaat aan de kant als mensen op de foto willen met het uitzicht. 


Dat gelige gedrocht in het midden is ons hotel. Wij hebben mountain view. Of eigenlijk swimming pool view. Ons appartement is niet te zien dus.

 De krater.

 
Een heel uitdagende klim was het niet. Ik wil nog steeds een hiking trail gaan lopen door het regenwoud, maar heb voorlopig de tijd en het juiste pad nog niet gevonden. Toch goed dat we hier twee maanden zitten!

Alle bomen hier hebben grote, felgekleurde bloemen. Die bloemenkransen komen niet uit de lucht vallen.

Shave ice. Toen we onze Californische begeleider vertelden dat we die in Nederland slush puppies noemen, moest hij heel hard lachen.

Grappig vogeltje. Sorry vogelaars, zoek zelf maar op wat het is.

Dat was trouwens mijn appel, waar ze over vochten.


Right. Nog verder terug in de tijd, over de oostkust en mijn eerste tochtje in de minivan. Donderdag zijn we met de auto van de universiteit weggeweest. Ik reed. Ik had nog nooit in een automaat gereden, dus in het begin vond ik het een beetje eng omdat ik tussen twee auto's vandaan moest parkeren, continu de koppeling zocht en tot op het laatst in de lucht zat te graaien op zoek naar de versnellingspook. Maar Esther zat naast me en vertelde me wanneer ik de rem ingedrukt moest houden en toen ik eenmaal snapte dat ik niets anders hoefde te doen dan remmen, gassen en sturen, was het een ontzettend leuk ritje!
De route:

Van de universiteit (D) naar patch two (B) naar patch eight (C) naar de universiteit. Mooi rondje! We begonnen een stuk op de snelweg, waar het begon te regenen en ik in mijn zoektocht naar de ruitenwissers de auto uit de drive haalde en in neutral zette. (Godzijdank niet in reverse, wat nog een trapje naar boven was) Vervolgens gingen we door de bergen heen, een ontzettend mooi tochtje door het regenwoud en daarna reden we langs de kust.








Onze Dodge Caravan!



Patch two:



De bloemetjes waar we de vlindereitjes van plukken op dit plekje.


Yup, geen deuren!

Patch eight:






Ja, echt, daar vangen wij vlinders.

Uitzicht vanaf het lab:
Met uitzicht op de footballtraining en een regenboog. Je ziet hier iedere dag wel regenbogen. Het went.

Ons lab. Al die rotzooi is inderdaad van ons. :')

De trap voor Gilmore Hall.

That's it for today! Ik kruip zo mijn bed in met een boek of ik pak m'n ukulele erbij om het hotel te verblijden met mijn gitaarmuziek. Morgen gaan we weer met de auto weg, maar we kunnen niet zo ver omdat de benzine bijna op is en we hebben geen zin om te tanken en te hopen dat we het geld een keertje terug krijgen, dus we wachten tot de professor terug is van een bezoekje aan één van de andere eilanden. We blijven dus dichtbij en gaan weer naar de botanische regenwoudtuin van de universiteit, Lyon Arboretum, op zoek naar eieren van de Maile Pilau Hornworm. Vandaag zijn daar op het lab voor het eerst Trichogramma's uitgekomen, zo'n vijftien wespen uit één vlindereitje! Dat heb ik, met al m'n Trichogramma-ervaring, nog nooit gezien. Heb ze maar in de koelkast gezet om ze bewegingsloos te krijgen, want ik moet nog het aantal mannetjes en vrouwtjes tellen. Ik ga eens kijken of ik deze keer met minder dan 35 muggenbulten uit Lyon terugkom... Wish me luck!

Tot snel,
Emma