Pages

zondag 1 januari 2012

De allerlaatste: San Francisco en zeeolifanten!

Goedemorgen Nederland! De beste wensen vanuit Riverside, California, waar 2012 inmiddels ook is begonnen. Het voelt ongelooflijk vreemd om op 1 januari om half 10 ’s ochtends in korte broek buiten te zitten bloggen, met boven je hoofd een mockingbird en naast je een kolibrie die om de paar minuten voorbij zoemt. Nieuwjaarsdag dus, en het is 29 graden Celsius en onze allerlaatste dag in Amerika. Morgenochtend vertrekken we in onze huurauto naar het vliegveld, waar ons vliegtuig om 2 uur ’s middags vertrekt. Dinsdagochtend zijn we dan weer in Nederland en ik kan je vertellen dat ik geen zin heb in die kou! Maar goed, het zal wel wennen.
Even kijken… Wat hebben we allemaal gedaan sinds mijn laatste blog? Onze laatste werkdag was vorige week vrijdag. Toen hebben we een flink aantal van onze wespenkolonies op alcohol gezet. We hebben van iedere soort die we gevonden hebben een paar kolonies bewaard, maar de rest moest allemaal weg, gewoon omdat het teveel werk is om de 120 kolonies die we hadden in stand te houden. Heel vreemd om vier maanden werk op alcohol te zetten. Toen we na die klus uit de quarantaine kwamen, was het lab leeg en was iedereen met vakantie gegaan. Goed dus dat we de dag ervoor al van iedereen afscheid genomen hadden. We vierden zelf onze laatste dag door ’s avonds uit eten te gaan.
De volgende dag konden we voor het eerst sinds Hawaï uitslapen. Oftewel: we zaten zo in het ritme van onze wekkers dat we niet konden uitslapen, maar de mogelijkheid was er. We zijn met z’n allen bij de kapper binnengestormd om zo vlak voor kerst ons haar te laten fatsoeneren. Mijn kapster had ontzettend lang haar en wilde het mijne niet echt korter knippen en kon ook niet zoveel met mijn opdracht ‘er maar wat leuks van te maken’. ‘Doe maar laagjes dan,’ zei ik. En toen moest ik aangeven wat voor laagjes en waar en op welke hoogte. “Whatever you think looks best,” heb ik uiteindelijk maar tegen haar gezegd. Ze vroeg van alles over Nederland. Of het eten daar gezond was, hoe lang het vliegen is… Ik denk niet dat ze wist waar het ligt. Ze leek nogal geschokt toen ik zei dat we ons haar lieten knippen omdat we het niet goed meer konden wassen omdat er nauwelijks water uit de douche kwam. Ze vroeg of we tenminste wel warm water hadden. Ja, dat had een week geduurd, maar uiteindelijk hadden we warm water. Het was een warme dag, 25 graden, dus we haalden een ijsje, bewonderden ons haar en gingen naar huis om te brunchen. De huisbaas kwam langs om de huur en zijn post op te halen, complimenteerde ons met de vangst van vijf ratten (twee uur later waren het er zes), repareerde de douchekop (door hem achterstevoren tegen de waterstraal te houden) en ging er weer vandoor.
Kerst was ook een beetje vreemd, met 25 graden. We hielden onze kerstbrunch in de tuin, in de zon, met croissantjes en afbakbroodjes, eieren, bacon, kalkoenplakjes, kaas en sla. Om een paar uur later ons kerstdiner te houden met kip, salade, brood, aardappels, soep en mijn duivelse chocoladetaart.

Niet mijn kerstmuts! ;)

Tweede kerstdag brachten we door bij de professor. Eerst in zijn beroemde cabin in de bergen, waar we lunchten en een stuk wandelden door sneeuw, blubber en bos met de honden. Ook weer erg warm, ondanks de sneeuw en ijs. Toen gingen we naar zijn huis, waar we net zo lang football keken tot we de regels enigszins snapten (en de wedstrijd voorbij was), om vervolgens een heerlijk kerstdiner voorgeschoteld te krijgen. Het was ook meteen ons afscheidsdiner, dus het voelde raar om die avond weg te gaan van mensen die ons overal mee naartoe genomen hebben en die in onze eerste tijd in Amerika zo goed voor ons hebben gezorgd.


Dinsdag 27 december (yup, ik ga alle dagen af) hebben we niets gedaan. Uitgeslapen, boodschappen gedaan. We wilden een minivakantie San Francisco plannen en wilden daarvoor ’s avonds naar het lab (waar internet is) om een auto te huren. Maar dat ging niet door, want Esther kwam Christina tegen, die ons een tijd geleden beloofd had ons Riverside en de Mission Inn te laten zien. De Mission Inn is een herberg/kapel/restaurant/café/groot gebouw in Riverside dat rond kerst prachtig versierd is met allemaal lampjes en bewegende poppen. Zij en haar man Mark haalden ons om zes uur op, brachten ons naar Downtown Riverside en we liepen een rondje om de Mission Inn.


Vervolgens gingen we wat eten bij de Vietnamees en brachten ze ons naar hun huis, waar we konden internetten. Ze vertelden ons dat we het beste een auto konden huren op vliegveld Ontario, zodat we die op het vliegveld van Los Angeles konden inleveren als we terug naar Nederland gingen. De hints die we de hele week overal hebben laten vallen dat we nog geen vervoer naar het vliegveld hadden, hadden ons geen lift opgeleverd (logisch ook, het is een roteind rijden) en volgens Christina was het onze beste optie om een auto op vliegveld Ontario te huren en af te leveren op LAX. Dus bestelden we voor de verandering een auto bij National, die we de volgende ochtend ophaalden. Ze wilden ons extra kosten in rekening brengen omdat we met drie “minderjarige” bestuurders zijn, wat 15 dollar per persoon per dag extra kostte. Zo ging ons bedrag van zo’n 450 dollar ineens omhoog naar bijna 700. We gingen een beetje moeilijk doen, Christina vroeg of we bij andere maatschappijen wilden kijken. De man van National verzekerde ons dat hij het goedkoopste was. Als we het te duur vonden moesten we maar met een chauffeur minder op pad. Toen vertelde Christina dat we ‘associates’ van de universiteit waren en toen kregen we ineens korting omdat ze een contract met UCR hadden... Hm. De auto werd toen maar 365 dollar. Inclusief verzekering, die voor de helft door UCR betaald werd. We hoefden nu helemaal niet meer te betalen voor onze minderjarigheid. Christina fluisterde ‘don’t get into any accidents’ tegen ons, omdat we niet op officiële UCR bezigheden waren en ons contract technisch gezien al afgelopen is. Mochten ze moeilijk doen, dan kunnen we altijd aankaarten dat we geen contractnummer hebben opgegeven en dat de man van National dat allemaal geregeld heeft zonder dat wij er direct om hebben gevraagd. Maar het beste is om gewoon netjes binnen de lijntjes te blijven rijden, dan hoeven we sowieso niets te regelen met de verzekering.
Toen dat allemaal geregeld was, konden we eindelijk op weg naar San Francisco. Het is zo’n 7 uur rijden van Riverside naar San Francisco, dus we hadden nog geen hotel geboekt omdat we geen idee hadden waar we die avond zouden eindigen. De weg naar San Francisco was een beetje als de weg naar Las Vegas: een lange rechte weg zonder noemenswaardig uitzicht.


National had ons een Dodge Avenger gegeven en die had cruise control, dus we waren gelukkig en reden het hele stuk naar San Francisco en toen nog een stukje verder om de volgende ochtend de spits te vermijden. We eindigden in het pittoreske Mills Valley, waar de Tomtom ons over allerlei bochtige weggetjes tussen de bomen door stuurde om ons uiteindelijk af te leveren bij Muir Woods National Monument… wat niet de bedoeling was. Onderweg reden we twee keer bijna een hert plat toen die rustig uit de bosjes kwam lopen en zonder ook maar een spoor van haast voor onze auto uit liep.


Toen we eenmaal doorhadden dat de verkeerde bestemming in de Tomtom stond, reden we terug naar Mills Valley, waar we aanklopten bij de Mills Valley Inn, maar ze hadden geen kamers meer vrij. We zochten in de Tomtom naar andere motels en kwamen uiteindelijk terecht bij de Budget Inn, waar een man met een rode stip op zijn voorhoofd ons een kamer liet zien met een cactus op de muur, twee queen size bedden, een douche en een wc. Toen Arisca opmerkte dat het er niet uitzag alsof er schoongemaakt was kregen we 5 dollar korting en ik zei dat ik dat prima vond, als hij maar wel schone lakens en handdoeken kwam brengen. Dus hadden we voor 70 dollar een bed en een douche. De handdoeken die gebracht werden waren vochtig en roken niet bepaald fris, maar we waren moe na een lange dag rijden dus het kon ons allemaal niet schelen.


De volgende ochtend werden we wakker in de mist. De Sequoia-bomen in Muir Woods krijgen voor een groot deel hun water uit de mist, dus het had geen verrassing moeten zijn. We reden naar het Dipsea restaurantje waar we van Christina moesten ontbijten, bestelden apple oatmeal pancakes en waren door de hoeveelheid dikke, halfgare pannenkoeken de rest van de dag misselijk. Pas tegen het avondeten kregen we weer honger, dus wat dat betreft was het een goed ontbijt.




We reden door de mist over slingerweggetjes de bergen in tot we bij het strand van Stinson Beach aankwamen. We liepen in de mist over het strand, gingen naar de wc en reden verder door de bergen en de bossen terug naar Muir Woods.



















We hadden het lang geleden in ons hoofd gehaald dat we de sequoia’s wilden zien, de langste bomen ter wereld. Probleem was alleen dat niemand het een prettig idee vond als wij met een huurauto naar de hoge bergen van het Sequoia National Park gingen rijden omdat de kans groot was dat we in de sneeuw terecht zouden komen. Daarom namen we genoegen met de iets minder hoge en dikke coastal sequoias aan de kust boven San Francisco. We liepen even rond in het national monument en ja, de bomen waren inderdaad erg hoog, maar het haalde het niet bij onze verwachtingen van de echt gigantische bomen die verder landinwaarts staan.




We reden terug naar San Francisco, over de Golden Gate Bridge. Probleem was alleen dat we er weinig van zagen door de mist, dus was het voor ons gewoon een tolbrug waar de overheen reden. We reden een stuk van de 49 mile scenic tour die in onze reisgidsjes stond, maar San Francisco bleek niet echt een mooie sfeervolle stad en de hoogtepunten van de tour stelden niet veel voor. Tegen zonsondergang kwamen we in de spits terecht. We reden nog even door naar een uitzichtpunt waar we door de opgetrokken mist eindelijk de Golden Gate Bridge en Alcatraz konden zien liggen, maar het was donker dus zagen we er alsnog weinig van.









 Dat is de Golden Gate Bridge.

Geloof me als ik zeg dat dit Alcatraz is. :)

We probeerden San Francisco uit te komen en zochten deze keer een fatsoenlijker hotel… via internet in de MacDonald’s. We kwamen uit bij Best Western, waar we heen reden en te horen kregen dat er geen kamers vrij waren. We hadden net nog op internet gezien dat er wel een kamer voor drie personen vrij was, dus boekten we gewoon via internet en kwamen daarna terug naar de receptie om de sleutel op te halen. Beetje omslachtig, maar het werkte. Voor 90 dollar hadden we toen een schone kamer, met heerlijk zachte en ruime bedden, een luxe badkamer en ontbijt. Daar kan de Budget Inn niet tegenop. We waren bijna langer gebleven omdat het zo’n heerlijke kamer was, maar na het ontbijt de volgende ochtend (muffins, bagels, wafels… hoera voor Amerika!) besloten we om via de kust terug te rijden naar huis.


De kustroute van San Francisco naar Los Angeles is prachtig. Je rijdt eigenlijk honderden mijlen lang over een slingerweggetje met aan de ene kant een berg en aan de andere kant een klif met in de diepte de oceaan. Af en toe kun je stoppen om een foto te maken of, in mijn geval, de lange stoet auto’s in de achterhoede te laten passeren. Heel leuk ritje, maar ik was blij dat ik het in een automaat deed.
















Uiteindelijk heb ik van 9 uur tot half 4 gereden, tot de hoge kliffen verdwenen en we bij een lang zandstrand kwamen. Toen we ons afvroegen waarom er zoveel mensen bij dat strand stonden, zagen we ineens overal elephant seals liggen: gigantische, dikke, vette zeeolifanten die naast elkaar op het strand lagen te stinken en af en toe geluiden uitkraamden die nog het meest leken op een echo in een rioolbuis. Maar ontzettend mooi!








Ja, die liep er ook. :)






Omdat het al bijna donker begon te worden, besloten we met de meest directe route terug naar huis te rijden. We kwamen nog langs een kasteel, compleet met een kudde zebra’s, maar al snel was het te donker om nog iets te zien, wat een saaie rit van 4 uur over dezelfde lange rechte snelweg als eerst opleverde.




Mijn voeten stonken. ;)

Thuis stalden we onze Dodge in de garage en gingen we naar bed en sindsdien heb ik alleen nog maar in de zon gezeten en mijn koffer ingepakt. Oh ja, en Oud&Nieuw gevierd, maar dat was nogal een afgang. Ten eerste hebben we geen internet of tv, dus wisten we niet precies wanneer het nou 12 uur was. Ten tweede was er geen vuurwerk, dus toen we vol verwachting om 12 uur de tuin in stapten, zagen en hoorden we niets, behalve wat zachte knallen ergens in de verte. Anticlimax! Dus zijn we al snel na 12 uur alsnog gaan slapen.
Tja, en daar zit ik nu dus, op nieuwjaarsdag in de zon. Ik loop vanavond naar het lab om dit op internet te zetten en dan is het nog iets meer dan een dag voor ik weer in Nederland aankom. Zet de dropjes maar vast klaar, ik kom eraan! 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten