Pages

vrijdag 23 december 2011

Einde van de stage... en sneeuw!

Hallo Nederland! Weer een blog uit Riverside, speciaal voor jullie. We hebben wéér een aardbeving overleefd, dinsdagnacht. Deze keer was hij 3,6 op de schaal van Richter volgens de earthquake monitor. De meiden zijn er dwars doorheen geslapen, waardoor ik de volgende ochtend dacht dat ik het gedroomd had. Maar volgens internet had ik gelijk. Leuk, die aardbevinkjes (zolang ze zo zwak blijven natuurlijk).
Ook beginnen we langzaam van ons rattenprobleem af te komen. Esther heeft zich ontpopt tot de Rattenvanger van Riverside en is bezig om de hele populatie uit te roeien, of in ieder geval de subpopulatie die zich in onze garage heeft gevestigd. Ze heeft er sinds De Blog Met De Vieze Foto nog vijf dood weten te krijgen, ondanks dat ze onze kaas er niet meer aan wil besteden en nu stukjes brood met pindakaas vastlijmt op de val. Ik had de eer om de laatste twee los te peuteren van de rattenval en in de container te deponeren en de vallen weer opnieuw te spannen. Donderdagnacht was ik wakker geschrokken van de klap van één van de vallen en het krijsen van een gewonde rat, wat ervoor zorgde dat ik de rest van de nacht wakker lag en van ieder geluidje opschrok. De volgende ochtend was de val inderdaad dichtgeklapt, maar het eten was er vanaf gehaald en er lag alleen een klein plasje bloed. Esther had de val meteen weer gespannen en toen we ’s middags thuiskwamen lag er een cadeautje in: een kleine rat of een grote muis, niet helemaal geschikt voor het formaat van de val (de klem was half over zijn buik vastgeklemd, arm beest), maar morsdood. In de garage lag er nog eentje. Ik heb de vallen meteen weer gespannen voor de volgende lading: het is koud buiten dus ze zullen wel weer massaal naar binnen vluchten. Wordt vervolgd. We vermaken ons dus prima in ons vlindermuseum, ondanks dat het huis langzaam uit elkaar begint te vallen. Arisca merkte laatst op dat alles in huis niet gemaakt is om te gebruiken, dat het allemaal oude zooi is dat alleen nog niet stuk is omdat het nooit werd gebruikt. Na twee maanden is de afzuigkap ermee opgehouden, die het wel deed maar pas na een (en dit is voor de verandering niet overdreven) half uur nadat je op het knopje had gedrukt aanging. Nu piept er alleen nog maar een stuk metaal als je op het knopje drukt. Het fornuis stinkt naar alle verkoolde etensresten die we er niet uitkrijgen en in de fik vliegen zodra we gaan koken. En het ergste: er komt nog maar amper water uit de douche. Arisca en ik zijn erop afgestapt met een gigantische waterpomptang (wat het enige stuk gereedschap was dat we konden vinden) en hebben een mooie bocht in de waterleiding gelegd, maar kregen de douchekop niet los. We wassen onze haren nu in het bad en zijn op het punt aangeland dat we er over denken om dit weekend met z’n allen ons haar kort te laten knippen zodat we niet meer drie kwartier onder de douche te hoeven staan om het te wassen. Anyway, genoeg om om te lachen dus! We zijn ons eigen kerstdiner aan het samenstellen en eten op Tweede Kerstdag, die in Amerika niet bestaat, bij de professor. Wat we daarna gaan doen moeten we nog plannen. We willen nog naar via de kust langs Big Sur naar San Francisco, de 49-mijl scenic tour rijden langs de Golden Gate Bridge en we willen naar Alcatraz. Grand Canyon en het Sequoia National Park gaat er waarschijnlijk niet meer van komen... te ver en te koud. Oud&Nieuw willen we in Riverside vieren. Van alle plaatsen waar we het weer van hebben opgezocht is het in Riverside het warmste op oudejaarsdag: 25 graden. Hopen dat die weersverwachting aanhoudt, want ik heb altijd al in mijn bikini vuurwerk willen afsteken. :’)
Maar goed. De stage. We zijn min of meer klaar. Het praktisch werk is afgerond en wordt afgemaakt door de mensen op het lab. Het verslag moet zo snel mogelijk af. De PCRs werken nu beter, we zijn er eindelijk een beetje achter gekomen welke soorten wespen we hebben gevonden op Hawaï en daar zitten twee nieuwe soorten voor de eilandengroep bij. We hebben iemand op de universiteit aan zijn mouw getrokken en (vrij letterlijk) gesmeekt om foto’s van onze beroemde runtjes. Ik weet niet of het de bedoeling is dat die foto’s online komen, maar ik wil toch graag laten zien hoe een runtje, of überhaupt een Trichogramma(toidea) wesp, eruit ziet, dus vergeef me mijn afgrijselijke watermerk en kijk naar deze schatjes:




Links een normaal mannetje, een beetje aan de kleine kant, en rechts een runtje van zo’n 0,2 mm lang.  Aan de harige antennes kun je zien dat het een mannetje is. We weten niet zo goed wat het donkere uitsteeksel is aan hun achterkanten… de penis?  Uit mijn testjes bleek dat ze allebei vruchtbaar zijn, dus het runtje heeft ook een fatsoenlijk geslachtsorgaan.  
Verder zijn we aan het schrijven, sorteren en opruimen. We proberen ons verslag af te hebben voor we weggaan, wat niet gaat lukken maar we willen wel zo ver mogelijk komen. Het helpt niet dat de bibliotheek om vijf uur dichtgaat, na kerst helemaal niet meer opengaat en we thuis geen internet hebben, op het lab niet genoeg computers en we eigenlijk onze sleutels moeten inleveren.

Afgelopen maandag hebben we eindelijk iedereen van de tweede verdieping leren kennen, tijdens de jaarlijkse White Elephant. We kochten cadeautjes van 20 dollar (ik nam ET mee uit Universal Studios) en namen eten mee (we deden poging vijf tot het bakken van kruidnoten, wat wederom mislukte en resulteerde in taaie kaneelkoekjes). Al het eten werd op tafel gegooid en zo brachten we een tijdje door met het eten van pizza, salade, koekjes, taart, chips en chocolade. Vervolgens trokken we nummertjes (ik was nummer 4) en werd het idee achter White Elephant uitgelegd: als je aan de beurt bent pak je een cadeautje uit of je steelt er eentje van een ander. Ieder cadeau mag maar twee keer gestolen worden en als het je overkomt mag je een nieuwe pakken… of stelen. Toen ik aan de beurt was pakte ik een cadeautje uit en kreeg een fleecedeken met 20 dollar aan krasloten. Een paar beurten later werd mijn cadeautje gestolen en pakte ik een nieuwe: een setje met allemaal flesjes shampoo en douchegel. Tussen de andere cadeautjes (stofzuiger, gereedschapsset, M&Ms, een Chinese waaier, legpuzzel, een koekjesbord, koffiemokken, ...) leek dat me iets wat redelijk eenvoudig in mijn koffer kon, dus was ik er blij mee. Tot het uiteindelijk in de laatste beurt gestolen werd en ik eindigde met de handbeschilderde Chinese waaier, waarvan ik niet goed weet of ik hem mooi vind of kitsch en al helemaal niet weet wat ik ermee moet. Maar hij past in mijn koffer en weegt niets, dus ik besluit in Nederland wel wat ik ermee doe. Er zat in ieder geval een heel verhaal bij over vier vrouwen en China en het betekende veel voor de vrouw van wie ik hem kreeg, dus misschien hang ik hem nog wel ergens op ook… Het doel van White Elephant leek verder om zo veel mogelijk cadeautjes van de professor te stelen, wat hilarisch was.

Oké, klaar met eigen-huis-en-lab, tijd voor het weekendverslag! We huurden zaterdag weer een auto bij Enterprise. Na de gigantische bak die we vorige week kregen hadden we besloten genoeg te hebben aan de kleinste klasse en kregen een kleine Nissan Versa, een schattig wit autootje met cruise control. 




Het was erg druk bij Enterprise en er was een stuk van de snelweg afgesloten (we zijn zo ontzettend blij met de Tomtom!) dus we hadden wat vertraging onderweg, maar dat maakte niet uit want we hadden het grootste gedeelte van Universal Studios toch al gezien. Om half 12 kwamen we in Hollywood aan en ondanks dat we speciaal naar Universal gegaan waren om het park ook eens zonder stortregens te zien regende het toch, maar het was een klein buitje en we werden niet eens nat. We zagen de studio’s van Universal nu met daglicht (ik geloof dat ik daar nog wat foto’s van had beloofd?) en omdat het Grinchmas was, was het hele park dusdanig versierd dat we het amper herkenden. We gingen op de foto met de Grinch, zijn 4 keer in de Simpsons-attractie gegaan (wat mijn totaal nu op 7x zet… lijkt me wel voldoende), nog een keer in de Mummy en Jurassic Parc, het spookhuis (waar ik gillend achter Esther aan rende, schreeuwend dat ze me niet alleen moest laten terwijl er uit iedere hoek een acteur op me afsprong om me te laten schrikken en de bewakers van de acteurs me complimenteerden om mijn angstschreeuwen) en bekeken alle shows die we door het slechte weer de vorige keer gemist hadden. Maar twee dagen in Universal Studios was meer dan genoeg, kan ik je vertellen. 










War of the Worlds:




Ha!


De dag daarna was heerlijk. En de foto’s zijn prachtig. Ik heb me ingehouden en een grove selectie gemaakt van alle bomen, bergen en wolken die ik heb vastgelegd. Zie hieronder. We zijn naar Palm Springs gereden, midden in de woestijn. In het stadje pakten we de Aerial Tramway, een kabelbaantje dat ons de bergen in zou brengen. We hadden truien meegenomen omdat we dachten dat het wel koud kon zijn daarboven, maar (we zijn in de woestijn, remember?) we hadden niet verwacht dat er sneeuw zou liggen. We kregen pas een vaag vermoeden toen we om ons heen mensen met sleetjes in de kabelbaan zagen stappen. De temperatuur van -3 graden hadden we helemaal niet verwacht, aangezien we nu nog steeds regelmatig temperaturen rond de 20 graden krijgen (ondanks dat we ook hier de winter voelen aankomen… ik moet vaak buiten toch wel een vest aan, helaas). Naar mate het kabelbaantje hoger ging, door de wolken naar boven, zagen we steeds meer sneeuw liggen. Toen we eenmaal boven waren, was alles wit. We hebben heerlijk gelopen door hele dikke lagen sneeuw en toen de mist kwam opzetten werd de omgeving steeds spookachtiger. Slecht voorbereid als we waren, liep Esther op haar All Stars door de sneeuw te banjeren. Ik had alle vesten die ik in Amerika heb (vier stuks) over elkaar heen aangetrokken en had het heerlijk warm door mijn dikke bergschoenen, zelfs toen ik tot halverwege mijn kuiten in de sneeuw stond (dank u GoreTex!). Als kleine kinderen, nee, als Hollanders die iets te lang in de woestijn hebben doorgebracht, renden en speelden we in de sneeuw. We wandelden over het Desert View pad, maar door de mist zagen we alleen sneeuw en besneeuwde bomen. Heerlijk. Wat een mooie verassing! 




























 Ja, dat noem ik een grove selectie. ;)


Hier eindigt mijn blog. Na kerst en ons weekje vrij heb ik vast weer genoeg te vertellen, maar de bibliotheek is de rest van het jaar dicht, we moeten onze labsleutels inleveren en hebben thuis geen internet meer… dus wees niet verbaasd als dit voorlopig mijn laatste blog is. Over anderhalve week zetten we onze voeten weer op de ijzige Nederlandse bodem. Zoek of bak pepernoten voor me en bewaar oliebollen, please! Voer me drop en shoarma maar bovenal voorlopig géén pizza, pindakaas, hotdogs of pancakes. Ik wil heel donker brood met een harde korst en pitjes. Boter zonder zout. Verse groenten. Al het fruit dat geen appel is. Ik wil ovenschotels met veel kaas. Ik wil kaas. Echte kaas. Nederlandse kaas, maar niet de Gouda uit de Costco hier. Ik wil thuis kunnen internetten en tv kijken. Jemig, we hebben sinds Hawaï geen tv meer gekeken! Ik heb geen flauw idee wat er de afgelopen maanden in de wereld is gebeurd, dus maak alvast een samenvatting van het nieuws voor me. Pap, ik wil bami. Met heel veel sambal. En mam, ik wil iets uit je kookboek van Jamie Oliver. En dan samen een hele grote rotzooi in de keuken maken. :D Neem mijn winterjas mee naar het vliegveld als jullie me komen oppikken, want ik heb alleen vier vesten en een trui. Neem de dropjes ook maar mee naar het vliegveld, eigenlijk… En- Haha, ik zal maar stoppen met mijn afscheidsrede, want het is heel goed mogelijk dat ik nog wel een keer weet te bloggen voor we Amerika verlaten. Ben benieuwd wanneer de volgende aardbeving komt! Fijne kerst, gelukkig nieuwjaar en tot snel! 


woensdag 14 december 2011

Las Vegas!

Hallo Nederlanders! Groeten uit een ratloos huis in Riverside, waar ik dit schreef, en groeten uit het quarantainegebouw van de universiteit waar ik dit online gooi omdat de bieb dicht is (kerstviering...?) en we thuis nog steeds geen internet hebben. Sinds onze rattenvangst maandagavond hebben we geen nieuwe keutels of vraatsporen meer gevonden. Het is misschien nog een beetje te vroeg om te juichen, maar we denken dat Het Kreng in zijn eentje ons huishouden op zijn kop zette en dat we met zijn dood al onze problemen hebben opgelost. We zijn verder druk bezig met het afronden van onze stage: we hebben nog één week op het lab van UCR Entomology te gaan en balen als een stekker, want we komen er maar niet achter welke soorten wespen we gevonden hebben op Hawaï. We hebben waarschijnlijk de wespen niet goed geplet en daardoor het DNA niet uit hun lichamen gekregen en tegelijkertijd lijken de primers van de PCR (die gemaakt zijn voor de wespen van Kauai, Hawaï) niet te hechten op de DNA-volgordes van de wespen van Oahu, wat verklaart waarom we maar geen resultaten krijgen. Balen dus, want voor het verslag dat we proberen te schrijven is het wel fijn dat we op zijn minst weten welke soorten we gevonden hebben op ons eilandje. We werken in ieder geval hard door en proberen zo ver mogelijk te komen met het verslag voordat we op ons weekje vakantie gaan en daarna weer hard aan de slag moeten in het koude Wageningen. Tja, nog maar een paar weekjes dus…

Over naar de vakantieverhalen? Afgelopen weekend zijn we naar Las Vegas geweest, ook wel bekend als Sin City. De stad waar je op iedere hoek van de straat kunt trouwen, waar je door de pokertafels het casino niet meer kan zien en waar alle geweldige shows tot in de eeuwigheid draaien. We boekten een kamer in het Stratosphere Hotel/Casino, een Euromast-achtige toren met helemaal bovenaan drie attracties, een winkel en een bar. We wilden er sowieso in om een mooi uitzicht te hebben over de stad en door een kamer te huren bespaarden we de toegangsprijs van 16 dollar per persoon. We reserveerden een auto in de intermediate-klasse zodat we comfortabel de lange rit zouden kunnen maken, maar kregen een Dodge Journey, een auto van een klasse groter waarin we met 8 personen naar Las Vegas hadden kunnen rijden. Na drie maanden VS hebben we nu rijervaring opgedaan in een Dodge Caravan, een Dodge Avenger, een Ford Focus, een Chevrolet Aveo en de Dodge Journey. De Chevrolet was trouwens bagger, erg traag met het optrekken. Ik moest van Esther oefenen met automerken (ik ben erg goed in grijze auto’s Mustang noemen en herken inmiddels het plaatje van Honda en Toyota), dus ben ik maar gaan onthouden waarin ik gereden heb. Anyway, een Dodge Journey dus. We waren erg blij dat we een minivan kregen voor de prijs van een stationcar en zijn tot op het moment dat we het ding moesten terugbrengen nieuwe knopjes blijven ontdekken. Naar Las Vegas rijden was een eitje: het was wachten tot de Tomtom zei dat we nu 220 mijl rechtdoor moesten, de cruise control vastzetten op 70 mijl per uur, het stuur recht houden en proberen wakker te blijven. Het was voor mij de eerste keer dat ik met cruise control reed, waardoor ik in het begin het idee had dat ik niet zelf aan het rijden was. Het is erg vreemd om een berg af te rijden en de auto onder je automatisch te voelen remmen. Of een berg op te gaan en te merken hoe de auto schakelt en gas geeft zonder dat je ook maar in de buurt van het gaspedaal komt. De techniek van tegenwoordig! Verder was het rijden oersaai: 220 mijl rechtdoor is in de woestijn ook écht rechtdoor. Ik kan me niet herinneren tijdens dat eind rijden een bocht tegengekomen te zijn. Het enige wat er te doen was, was het stuur recht houden en automerkjes opsommen voor Esther. En tanken, want onze luxe gratis klasseupdate bleek behoorlijk vele benzine te slurpen. Nog bedankt trouwens, Enterprise Rent-a-car. ;)
Na een ruime 3 uur rijden (wat toch een stuk minder was dan Google Maps voor ons had uitgerekend) verlieten we Californië en kwamen we aan in Las Vegas, Nevada. We reden nog even rond, stopten bij een Starbucks (waar ik een halve liter koffie tankte voor iets meer dan 2 dollar) en gingen toen door naar ons hotel. 



Om bij het hotel te komen moesten we door het casino. Daar liepen we dus, duf van het rijden en vroege opstaan met al onze weekendspullen langs de fruitautomaten en pokeraars, dwars door het casino tot we ergens weggemoffeld in een hoekje de receptie van het hotel vonden. Welcome in Vegas! Om in de stemming te komen schoof ik een dollar in een fruitautomaat, die ik in één keer kwijt was toen ik op een knopje drukte en drie verschillende plaatjes op het scherm zag verschijnen. Balend dat ik mijn dollar kwijt was (er kwam niet eens een stuiterbal of snoepje uit) beëindigde ik daarmee mijn gokcarrière.


De kamer bleek op de 12e verdieping te zijn en de bedden zagen er ongelooflijk comfortabel uit (zeker voor iemand die nu al meer dan een maand op een combinatie van bankkussens, handdoeken en een oud dekbed slaapt), maar we haastten ons snel naar de toren zodat we zowel in het licht als in het donker een mooi uitzicht over de stad hadden.



Een snelle lift (volgens het mannetje in de lift de snelste van de wereld, maar dat moeten we nog even checken) bracht ons in een halve minuut meer dan 100 verdiepingen omhoog. We keken naar het uitzicht, liepen rondje na rondje terwijl de zon langzaam onderging, de lucht verkleurde en de miljoenen lichtjes van Las Vegas langzaam aangingen. De attracties waren stuk voor stuk simpele dingen die hun fear factor voornamelijk uit de grote hoogte moesten halen. Wel gaaf hoor, een vrije val of karretje dat net doet alsof hij je over de rand van de toren gooit, maar voor 10 euro per stuk keek ik net zo lief hoe anderen erin gingen. 








Toen de zon eenmaal onder was, de maan boven de horizon kwam en wij de foto’s vanuit alle mogelijke hoeken en uitzichtpunten genomen hadden, gingen we weer naar beneden. Alle bezienswaardigheden in Vegas liggen aan ‘The Strip’, de Las Vegas Boulevard die kilometers lang doorloopt met casino’s, hotels en theaters. De Stratosphere-toren ligt aan The Strip, maar behoorlijk in het begin, dus namen we de bus naar het achterste einde van het interessante gedeelte van The Strip en besloten terug te lopen richting ons hotel.
Zo liepen we dus vanaf het Luxor, compleet met piramidevormig hotel en sphinx, naar het MGM, waar we gehoord hadden dat ze leeuwen hadden. De leeuwen bleken na 7 uur ’s avonds in hun nachtverblijf te zitten, maar toen we in het casino rondliepen kregen we wel polsbandjes waarmee we gratis de nachtclub in konden en ook nog eens onbeperkt gratis vodka zouden krijgen. Ik heb maar niet gezegd hoe smerig ik vodka vind en nam het polsbandje en de kaartjes waarmee we met korting mannen (welke mannen?) met ons mee konden nemen maar aan.
We liepen door, langs New York, New York met Vrijheidsbeeld en achtbaan. Langs Excalibur, wat een gigantisch speelgoedkasteeltje was. Langs Paris, inclusief Eiffeltoren en Arc de Triomphe, langs een Disneylandachtige watershow, langs Romeinse fonteinen bij Ceasar’s Palace en kanaaltjes met gondels bij het Venetian. Bizar, bizar, bizar. 









Vier meiden in Las Vegas. Man, wat wilden we graag naar de Chippendales! Maar we besloten dat we liever over The Strip liepen. Misschien een ander keertje......?

Cowboys in het MGM. Er was een of andere kalfjesvangwedstrijd op tv.


Ja, dat is ook Las Vegas. De seksreclames worden zo in je handen gedrukt, of je nu een man of een vrouw bent.








Omdat er zoveel te zien was deden we er de hele avond over om terug te lopen naar ons hotel. Esther en ik ploften bekaf neer op onze heerlijke bedden en weigerden er nog af te komen, Arisca en Francine doken het casino in om de pennyslots uit te testen. Arisca won de jackpot, wat ik heel stoer vond tot ze vertelde dat de jackpot 2 dollar en 5 cent was, waardoor ze uiteindelijk nog steeds 3 dollar verlies had. Francine had het nog bonter weten te maken door met een voucher van 1 cent terug te komen. Allebei bewaarden ze liever hun bonnetjes als souvenir dan dat ze het geld gingen innen, waardoor we allemaal ons ingezette geld kwijt waren. Niets voor ons dus, gokken.

We gunden ons de luxe van uitslapen, wat we sinds Hawaï niet meer gedaan hadden, en stonden om half negen de volgende ochtend op. We pakten onze spullen, checkten uit, verlieten het hotel door weer met onze rotzooi door het casino te banjeren en stuurden de minivan nog verder de woestijn in, naar de Hoover Dam, een uurtje verder op de grens tussen Nevada en Arizona. Vanaf de Mike O’Callaghan-Pat Tillman Memorial Bridge, 579 meter lang en 270 boven de Colorado River, hadden we een prachtig uitzicht over de gigantische dam die de Colorado River in bedwang houdt. Francine wil altijd heel graag van haar dollarcentjes af, dus die gooiden we vanaf de brug in de rivier.



 De grens!






Vervolgens reden we met de auto over de Hoover Dam, parkeerden hem en liepen er nog een keer overheen. De dam was gigantisch, het was nauwelijks te bevatten hoe die zo’n gigantische hoeveelheid water weet tegen te houden. En vanaf de dam hadden we juist weer een mooi uitzicht over de Memorial Bridge, ideaal! 


 Onze slurper!






 


Het laatste uitstapje van ons weekend was naar een uitzichtpuntje, waar we niet alleen uitkeken over het door de Hoover Dam gevulde meer, maar ook allemaal schattige chipmunks zagen scharrelen. Net eekhoorntjes, maar toch ook weer niet. Dat hield ons nog even bezig en toen was het toch echt tijd om aan de rit naar huis te beginnen, zodat we ruim op tijd thuis waren om bij te slapen en de volgende ochtend dusdanig fris op het lab konden verschijnen dat de mensen daar (in het bijzonder de professor natuurlijk ;)) ons zouden geloven als we vertelden dat we ons als brave Hollandse meisjes gedragen hebben in Las Vegas. Want dat hebben we gedaan, echt waar!





 





Tot zover ons weekend. We moeten nog even kijken wat we dit weekend gaan doen. Misschien een dagje Universal Studios, aangezien we toch dat jaarabonnement hebben. Geen heel erg wilde plannen in ieder geval. ;) Bye!