Hallo Nederlanders! Tijd voor misschien wel de laatste log vanuit paradijselijk Hawaï. Met een verslag van ons kampeerweekendje op het strand, wat niet helemaal was wat we ervan verwacht hadden. Maar ook met de laatste labupdate van onze wespenfabriek op de University of Hawaii at Manoa. Komt ie.
Nadat de vergunning van onze begeleider voor de bestraalde Ephestia-eieren verlopen was, konden we wederom de kweek niet meer doorzetten. Daarom besloten we tot red-onze-wespen deel 2; het vervroegd opsturen van al onze wespen, cultures en vlindereitjes die nog moesten uitkomen. We stonden donderdagochtend vroeg op, haastten ons naar het lab, waren de hele ochtend bezig met het controleren en verpakken van onze buisjes en toen onze begeleider om 11 uur eindelijk binnen stapte (is het hier normaal om 's ochtends te gaan surfen, om 11 uur naar je werk te gaan en om 3 uur weer weg te gaan om je dochter naar pianoles te brengen? Wat een leven!), ben ik naar zijn kantoortje gestapt om om een grote piepschuimdoos te smeken. We hebben samen de verdieping afgezocht en nadat ik het opgegeven had kwam hij aanzetten met een grote piepschuimen koelbox. Waarop ik vroeg of hij ook een kartonnen doos had waar die in paste. Waarop hij zei "I knew that would be your next question", heel hard zuchtte en weer een kwartier weg was om uiteindelijk terug te komen met een oude, rode, plastic koelbox. "Use this one, so you won't need a box", zei hij. Waarop ik vroeg of ik dan de koelbox moest dichttapen en of FedEx dat wel zou accepteren als pakketje. Waarop hij zijn schouders ophaalde en zei dat hij zich niet kon voorstellen dat ze het niet zouden meenemen. Prima. Dus wij hebben al onze data in zakken gepropt en op drie zakken ijs in de koelbox gelegd. We hebben onze vergunning in een plastic ziplock-zakje aan het deksel geplakt en begonnen met het dichttapen van de box. Ondertussen belde onze begeleider met een computer om FedEx duidelijk te maken dat ze een pakketje moesten ophalen. Ik vulde het adres in op het formulier. Maar niet op de juiste regels. Toen ik om een nieuw formulier ging vragen begon onze begeleider te lachen en zei dat ze het wel zouden snappen. Hij had ooit een pakketje gestuurd naar een eiland waar niemand een adres had, en zelfs toen kwam het aan. Toen hij moest aanvinken hoeveel het waard was, en wij zeiden dat het voor ons onbetaalbaar was, vulde hij 10 dollar in. We plakten het formulier op de deksel, leverden het geheel af bij de postkamer en zagen hoe het om kwart over 12 werd opgehaald. Volgens de planning zou het om half 11 de volgende ochtend moeten arriveren in Riverside, Californië. Maar nee, om half zeven die dag was het pakketje, nadat het in Ontario, Californië geweest was, volgens de FedEx trackingsite ineens in Alaska. Nadat de professor in Californië gebeld had naar FedEx, bleek dat ik het adres (zoals ik al wist) niet goed had ingevuld, en dat hij zelf de postcode van zijn huis in Redlands had doorgegeven in plaats van het lab in Riverside. Dat was teveel verwarring voor FedEx, maar we snappen niet wat het pakje daarom in Alaska moest doen, want dat ligt niet eens in de buurt van Riverside en Redlands en the University of California. En ik weet héél zeker dat ik geen Alaska op het formulier geschreven heb.
De volgende dag was het pakje in Memphis, Tennesse. De dag erna ging het wéér naar Californië, waar het de eerste bus miste. Uiteindelijk kwam het pakje op maandagmiddag (in plaats van vrijdagochtend) aan op het lab in Riverside. Beetje jammer, want als het netjes de volgende dag was aangekomen (zoals wij besteld hadden), hadden we niet eens een gat in onze data gekregen. Maar goed, we zijn allang blij dat het aangekomen is. Hier de afgelegde route:
Lijkt me totaal niet logisch. Ben eigenlijk benieuwd wat FedEx voor redenatie heeft gehad toen ze het pakje op het vliegtuig naar Alaska zetten. Anyway. Aangezien we toch geen reden meer hadden om naar het lab te gaan, hebben we onze vlinders vrijgelaten. De Monarchs waren goed bezig geweest, en na hun vele paringen (onze begeleider: "You're not watching, are you?") zijn ze gigantische hoeveelheden eieren gaan leggen. Helaas een beetje te laat voor Francines experiment. Maar om een indicatie te geven van de hoeveelheden.... Normaal leggen ze één enkel eitje op de onderkant van een blaadje, misschien een enkel eitje per tak, nooit op de bloemen. In onze vlinderkooi produceerden ze dit:
Uit pure wanhoop hebben ze zelfs overal op de bloemen eieren zitten leggen. (Alle kleine gele obeliskjes op de foto zijn eitjes.)
De oleander hawkmoth hebben we op de oleanderhaag achter het gebouw gezet:
De Monarchs vlogen te snel weg om het historische moment vast te kunnen leggen:
Links op de foto zie je de laatste weggaan.
Na dit vaarwel gingen we nog tot laat door om de laatste restjes labwerk weg te werken. Toen we de campus uiteindelijk verlieten, zag het er zo uit:
Oké, het was misschien half zeven toen we bij de bushalte stonden. Maar toen hadden we wel alles weggewerkt wat er weggewerkt kon worden. We moeten nog een laatste keer terug om de alcoholsamples op te sturen (kan ik weer om een nieuwe koelbox gaan zeuren :D), de backpack van Ties weer in te pakken met alle potjes en netjes en afscheid te nemen van de vier (!) mensen die we in onze memorabele tijd in Gilmore Hall hebben leren kennen. Ze gingen een lunch voor ons organiseren op de verjaardag van Arisca, dus morgen wordt onze laatste labdag in Hawaï. Tot die tijd hebben we genoten van de vrije tijd die we tot nu toe hebben moeten missen. Het was een vreemd gevoel om vrijdagochtend wakker te worden en alle vier vrij te zijn. Niemand moest naar het lab om wespen te controleren of te kweken. We konden allemaal uitslapen, hangen, wafels in het kapotte broodrooster proppen en wentelteefjes bakken van de laatste eieren en kapjes Walmartbrood. Arisca en ik misten de bus naar Hanauma Bay, maar gingen een uur later alsnog en zwommen weer tussen de prachtige en felgekleurde monsters. We hoorden parrotfish, die inderdaad wel iets weghebben van papegaaien, van de rotsen schrapen. Ik volgde een prachtige, grote lagoon triggerfish, vijf minuten lang. Arisca schreeuwde door haar snorkel dat ze een octupus zag zwemmen, maar toen ik het geluid onder water eenmaal gedefinieerd had als Arisca, lag het beest alweer onder een steen. We zagen een hele grote moray eel, een rode deze keer, zonder vlekken. Maar ik had het koud (het was toch zeker 29 graden) en toen het begon te regenen en de zon achter de baai verdween, zijn we er voor de allerlaatste keer ooit ingegaan. Dag mooie visjes!
De dag erna zouden we gaan kamperen met Elsie van het lab, haar vriend en twee andere vrienden van haar. We zouden ze om half 11 's ochtends treffen, wat slaapzakken en een grote tent oppikken op de universiteit en dan doorrijden naar Bellows Air Force Beach, een strand waar doordeweeks het leger traint, maar in het weekend open is voor publiek. Daarachter ligt een soort van militair vakantiepark, waar je met je Air Force ID binnen mag en een huisje of kampeerplekje mag huren.
Dat was het idee dus, maar het kampeerweekend viel een beetje in het water toen Esther ziek werd en besloot niet mee te gaan, we vervolgens een mailtje kregen dat Elsie ziek was en niet mee kon ("but camping is still going! have fun!") en vervolgens bleek dat haar vriendin het 'te druk' had en ook niet kon komen. Van de 8 kampeerders bleven er toen maar 4 over: Arisca, Francine, ik en Kevin, de militair wiens ID we nodig hadden om het vakantieparkje in te komen. We verwachtten een lange, breedgeschouderde soldaat, die volgens Elsie een beetje stil was en graag buiten sliep, maar wel heel aardig. Maar toen Kevin ons oppikte op de campus, bleek het een klein, dik, gepensioneerd mannetje uit Laos te zijn. Oké, prima. Hij kwam aan met een klein, volgeladen, zwart autootje met een kajak op het dak gebonden. Wij en onze spullen pasten er amper bij, maar met onze voeten in de nek en tassen op schoot konden de deuren net dicht. Meteen in de eerste vijf minuten, nog voor we een paar gebouwen verderop de tent opgepikt hadden, zijn we uitgenodigd om te gaan kajakken, in een waterval te springen en te zwemmen met dolfijnen. Een kwartier later stonden we bij een garage nog twee kajaks op het dak te binden, een lange éénpersoons en een zware tweepersoons. Met drie kajaks, alle bagage en vier personen vertrok de auto vervolgens over de bergen naar de andere kant van het eiland. We zetten de tent op vlak aan het strand van Bellows Beach, op 20 meter van de zee.
Vervolgens tilden we de kajaks van het dak, hesen onszelf in reddingsvesten en (niet helemaal zeker of we wel durfden te zeekajakken met die hoge golven) ploegden door de golven om achter de breekpunten in de kajaks te klauteren.
"Wait for me where it's calm," zei Kevin, terwijl hij Arisca en mij een flinke zet gaf terwijl wij probeerden uit te zoeken hoe we moesten peddelen. Francine, die sportiever en dapperder is dan Arisca en ik, ging in de kleine éénpersoons kajak en Kevin volgde. De tocht leidde naar Mokulua, een klein eilandje waar beschermde shearwater vogels broeden. We hebben een stukje over het eiland gelopen, onderwijl kuikens en eieren ontwijkend.
En na wat zwemmen en uitrusten begonnen we aan de terugtocht van 40 minuten.
Het eiland links is Mokulua. Rond een uur of vijf waren we weer op ons strandje, waar we nog even zwommen terwijl Kevin de barbecue aanstak. Omdat Elsie niet kwam moest hij snel wat eten inslaan. Wij hadden zelf hamburgers meegenomen en Kevin kocht hotdogs en kip. En Heineken ("So you can feel at home"), maar dat had hij niet hoeven doen. Uiteindelijk is het bier gebruikt om de barbecue to doven. Toen ik Kevin dat zag doen (er was een kraan drie meter verderop), bedacht ik me wat een drankmisbruik mijn vader dit zou vinden. En toen bedacht ik me dat hij waarschijnlijk zou vinden dat Heineken alleen maar geschikt is om de barbecue mee uit te maken. Grappig hoe buitenlanders Heineken lekkerder vinden dan de Nederlanders zelf. Anyway, ik zal maar niet praten over dingen waar ik geen verstand van heb, zoals bier.
Tegen zonsondergang zaten we te eten en om half zeven hadden we alles op. Toen begon het ongemakkelijke deel van de avond, want het was pikdonker, we zaten met een nogal stille man aan een picknicktafel en we waren al lang geleden uitgepraat. En tja, dan heb je nog 4 uur vol te maken voor je naar bed kunt. Kevin had de halve avond doorgebracht met het bellen en smssen van vrienden, aangezien er nog 4 plaatsen in de tent over waren. "If you don't mind, I only invite guys, 'cause there's too many girls already." Wat niet echt klonk alsof hij het naar zijn zin had. Hij zei dat het kamperen het idee van zijn vriendin was, en dat het het idee van Elsie was om ons uit te nodigen en dat hij zich nogal verlaten voelde omdat juist die twee niet kwamen en we daarom min of meer met elkaar waren opgescheept. Had hij op zich wel gelijk in, want tegen die tijd wisten wij ook niet meer wat we in hemelsnaam daar op die camping deden. Maar alle mensen die hij uitnodigde wilden of konden niet komen. Het was nogal een opluchting toen hij zei dat er "some sort of party" in Chinatown was en dat we daar nog wel even heen konden gaan. We hadden geen idee wat voor feestje het was, maar toen we aankwamen was het overduidelijk een Halloweenfeest, met bandjes en een kostuumwedstrijd op straat.
Het was wel grappig om eens te zien, het sloot perfect aan bij het idee dat ik heb van carnaval: dronken mensen die slecht verkleed zijn. We vielen een beetje op in onze normale kleding tussen alle koeien, bananen, lijken en heksen. Na een uurtje hadden we het wel gezien en reden we weer terug. Gelukkig was het tien uur toen we weer op de camping waren en konden we meteen naar bed. ;) Kevin zei dat als we de volgende ochtend weer wilden kajakken, we om zeven uur klaar moesten zijn om de kajaks op de auto te laden. Dat vonden we nogal vroeg, maar uiteindelijk viel het erg mee, want we hebben toch geen oog dichtgedaan. Elsie zou voor wat matjes zorgen, maar omdat zij niet mee was, hadden we uiteindelijk alleen twee slaapzakken en een deken. Ik ben op Esthers badhanddoek gaan liggen, met daarop het opgevouwen deken. Ik trok m'n fleecejas aan over mijn pyjama en trok mijn wandelsokken zo hoog mogelijk op zodat ik het deken niet als deken hoefde te gebruiken, maar als matras. Mijn idee was dat ik beter zou slapen als ik zacht lag. Ik gebruikte mijn strandjurkje als deken, maar halverwege de nacht kreeg ik het toch koud en ben ik in de deken gaan liggen. Arisca en Francine lagen allebei in een slaapzak, maar die hadden er ook niets onder liggen en hebben ook amper kunnen slapen. Toen het om een uur of vijf ging regenen, vroegen we ons af of Kevin misschien alsnog in de tent zou komen, maar hij kwam niet. Toen ik de volgende ochtend vroeg of hij niet nat was geworden, zo in het gras, zei hij "no, I had a poncho". Wat me ook niet ideaal lijkt. Onze wekker ging om half zeven, niet dat we een wekker nodig hadden, en we waren maar iets te laat voor zonsopgang.
Na een vlug ontbijt van ons meegebrachte Walmartbrood en onze homp Gouda (Kevin keek zijn ogen uit en snapte er niets van) bonden we de kajaks weer op het dak en reden eerst naar de supermarkt om garnalen te kopen "for my turtle friend". We tilden de kajaks van het dak bij een klein haventje en peddelden vervolgens door de oceaan (deze keer met lagere golven, maar een behoorlijk sterke wind waar de tweepersoons kajak van Arisca en mij vrij veel moeite mee had) naar Kaneohe Bay Sandbar, een grote zandplaat midden in zee.
Het was best apart om midden in de oceaan uit je kajak te stappen en te kunnen staan. We bonden de kajaks vast aan een bootje dat gehuurd was door vrienden van Kevin. Kevin pakte zijn snorkel, flippers en garnalen en ging zijn vriendje opzoeken. Het duurde even voor hij hem gevonden had, maar na een tijdje kwam hij terugzwemmen met achter zich aan een prachtige zeeschildpad, gelokt door de geur van verse, grote garnalen. Het beest was behoorlijk tam, zoals hij achter ons aanzwom in de hoop op een garnaal. Wij mochten hem om de beurt voeren (volgens mij volstrekt illegaal) terwijl Kevin foto's maakte. Supergaaf.
Het ziet er heel gezellig uit op de foto, maar we hadden geen flauw idee wie al die mensen waren. ;) De schildpad bleef ons volgen tot lang nadat de garnalen op waren. Met onze duikbrillen konden we heel goed zien hoe hij op ons af kwam zwemmen. Grappig hoe dat beest steeds recht op ons af kwam zwemmen en totaal niet afremde als hij bijna bij ons was. Wij waren steeds degenen die op het laatste moment wegsprongen of achteruit stapten. Ik heb een hele tijd achteruit rondjes gezwommen, terwijl het beest steeds naar mijn buik toe kwam. "Kiss him, Emma," zei Kevin. Maar iedere keer als hij vlak voor me boven kwam om adem te halen schrok ik weg van zijn scherpe tanden.
Geen kusje dus.
Toen de schildpad weer naar diepere wateren verdwenen was, zijn we nog wat gaan snorkelen. Waar het koraal in Hanauma Bay en hier in Waikiki vrij grauw is, was het daar prachtig. We zagen lobbig koraal in allerlei mooie kleuren, vol kleine felgekleurde visjes. Het bizarste gezicht was nog wel dat het koraal vanaf de zandplaat ontzettend steil afliep de diepte in, zo diep dat we de bodem niet konden zien. En dat is héél erg diep in dit kraakheldere water. Prachtig. En een beetje griezelig. Wie weet welke haaien er in de diepte naar ons lagen te loeren...
Nadat de boot terug naar de haven was zijn wij terug gaan kajakken. Om half één waren we toen weer in de haven, het gevoel hebbend er al een hele lange dag op te hebben zitten.
We hebben de kleine kajak afgeleverd bij een vrouw die hem wilde kopen, hebben geluncht bij Maui Taco en zijn terug naar de camping gereden om de tent in te pakken. Kevin zette ons af bij ons hotel, waar wij bekaf op bed zijn geploft terwijl Esther ons fris en fruitig opwachtte. Achteraf was het dus een supergaaf weekend, ook al zouden we nóóit alleen met Kevin zijn kamperen als we vooraf hadden geweten dat Elsie niet mee zou gaan. Maar dan zouden we ook nooit zijn gaan zeekajakken. Dan hadden we het mooie koraal, het vogeleilandje en de vriendelijke schildpad nooit gezien. We kunnen Elsie en Esther dus dankbaar zijn dat ze ziek waren, omdat er maar drie plekjes in de kajak vrij waren. ;) Morgen is Arisca jarig, woensdag pikt Kevin ons héél vroeg op om om 7 uur 's ochtends te gaan zwemmen bij Electric Beach, waar in de vroege ochtend en rond de middag dolfijnen schijnen te spelen. Het lijkt me supergaaf om te zwemmen met dolfijnen. Kevin zei dat we om bij de dolfijnen te komen 10 minuten moeten zwemmen, dus we denken erover om nog even een zwembandje te kopen zodat we niet te moe raken en verzuipen. Anyway, daarover vertel ik later vast meer. Vanavond is het Halloween, dus we gaan zo de straat nog even op om rare mensen te spotten. Heel Oahu schijnt op Halloween in Waikiki rond te lopen, dus we hoeven alleen maar het hotel uit om Halloween mee te maken. Eh, we hebben alleen geen kostuum. Never mind. Zo maar even sfeer proeven, op onze eerste, echte, Amerikaanse Halloween. That's it for today. Bye!

